Close Menu
Spoed? Bel 06 55 37 00 00 Op spoednummer geen APP/SMS (doorgeschakeld)
Geen spoed? Bel dan tijdens spreekuur
Ma t/m vr van 8.00 - 9.00 uur: 0252-534340

Castratie

 

DE CASTRATIE IS EEN OPERATIE

Een hengst is leuk, maar vaak minder handig. De castratie is de oudste en meest toegepaste ingreep bij het paard. Omdat de castraties meestal goed verlopen, zou men bijna vergeten dat het operaties –met bijbehorende risico’s- zijn. In de loop der jaren zijn er zo verschillende castratiemethoden gekomen, allemaal met hun eigen voor- en nadelen. Hieronder leggen we uit wat er moet gebeuren bij een castratie en hoe dit uitgevoerd kan worden. De verschillende gangbare methoden komen aan de orde, zodat we daarna kunnen toelichten hoe wij de castratie uitvoeren. We voeren castraties soms uit op de stallocatie, maar ook op onze praktijklocatie.

 

BEGRIPSVORMING

 

Bij een castratie wordt de sperma- en testosteronproductie van de hengst stilgelegd. Daarom haalt men de testikels weg. Wij zijn van mening dat daarbij diervriendelijkheid een recht van het paard is. De eigenaar merkt bijvoorbeeld de verschillende werking tussen spierverslappers en verdoving niet, maar het paard wel! De testikels bestaan uit een zaadbal (G) en een bijbal (F). Uit de bijbal komt de zaadbuis, die het zaad verder transporteert. Deze vormt samen met de bloedvaten van de testikel de zaadstreng. De zaadstreng loopt omhoog door het lieskanaal de buikholte in. In het bekken mondt de zaadbuis uit in de zaadblaasjes waar het sperma verder rijpt en wacht op een eventuele ejaculatie via de urinebuis. B en C zijn buikspieren. De testikel bevindt zich dus in een uitstulping van het buikvlies (A); er bestaat een open verbinding tussen buikholte en scrotum via het lieskanaal. In het scrotum noemen we deze uitstulping de tunica vaginalis (E), die door onderhuids bindweefsel direct verbonden is met de huid van het scrotum.

 

 

 

1. EEN ONBEDEKTE CASTRATIE

Deze castratievorm wordt van oudsher toegepast door castreurs en ongeveer 7% van de dierenartsen castreren nog op deze wijze. Deze vorm wordt bijna altijd bij een staand paard uitgevoerd onder plaatselijke verdoving. Er wordt een relatief groter gat in de balzak gesneden, waarna de zaadstreng naar buiten komt. De tunica vaginalis blijft aan huid zitten. Vervolgens wordt alleen de zaadstreng gekneusd en soms afgebonden, waarna de testikel verwijderd kan worden. Omdat de zaadstreng daarna niet meer volledig omgeven is door de tunica vaginalis noemen we dit de onbedekte castratie. De wonden in het scrotum worden open gelaten. Het niet afbinden van de zaadstreng heeft als voordeel dat er geen hechtdraad achterblijft (reactie op vreemd lichaam). Doordat de verbinding tussen huid en de tunica vaginalis in tact blijft, is de kans op zwelling wat kleiner. Wanneer een hengst staande gecastreerd wordt, zijn er geen risico's van het neerleggen van het dier, en evenmin bestaat er een narcoserisico. Het zal duidelijk zijn dat deze methode eenvoudiger en dus goedkoper is. Wat zijn dan de nadelen? Nadeel is allereerst de kans op een (na)bloeding uit de zaadstrengstomp. Wordt hier niet direct adequaat ingegrepen, dan kan dit een dodelijke afloop hebben. Tweede nadeel is dat bij een liesbreuk via de operatiewond de darmen naar buiten kunnen komen. Het komt niet vaak voor (0.8%) maar als het voorkomt is het dodelijk. Het is dus niet zo zeer de frequentie, maar de impact die hier een groot risico vormt.

 

2. DE HALFBEDEKTE CASTRATIE

Dit is thans verreweg de meest gebruikte methode. In het oosten van het land wordt veel met staande paarden gewerkt (sedatie), in het westen meer met liggende paarden (narcose). Er wordt een snede gemaakt in de huid van het scrotum, in het onderhuidse bindweefsel en in de direct daaronder gelegen uitstulping van het buikvlies, de tunica vaginalis. Deze snede is zo groot dat de gehele testikel gemakkelijk naar buiten gehaald kan worden. Dan wordt de huid met het onderhuidse bindweefsel losgemaakt van de tunica vaginalis en naar boven geduwd. De zaadstreng met daaromheen de tunica vaginalis wordt met een speciale kneustang eerst gekneusd en daarna afgebonden met een stevige ligatuur. De testikel wordt verwijderd door de zaadstreng met de tunica vaginalis door te knippen onder de ligatuur.

De wonden in het scrotum worden niet gehecht maar open gelaten, zodat wondvocht dat na de operatie wordt geproduceerd goed kan afvloeien. Omdat de zaadstreng samen met de daaromheen gelegen tunica vaginalis is afgebonden, bestaat er geen open verbinding meer tussen de buikholte en het scrotum. De ligatuur is dus om bloedingen te voorkomen en dat bij eventuele opvolgende liesbreuk (bijv. bij het opstaan of een dag later) de darmen naar buiten kunnen komen. Nadeel is dat kans op ontstekingen toenemen als vreemd lichaam (hechtdraad) wordt toegevoegd en de zwelling toeneemt doordat huid en tunica vaginalis wordt gescheiden.

 

3. DE BEDEKTE CASTRATIE

De bedekte ofwel klinische methode. Hier gaat men meestal via de lies naar binnen. Het is dus zaak dat er goed steriel wordt gewerkt. Er is dan nog minder kans op infectie. Komt deze er wel (zogenaamde ziekenhuisinfecties), dan zijn deze direct ernstiger omdat alle wonden dichtgezet zijn. Daarom mag deze operatie ook alleen onder klinische omstandigheden, hetgeen de totale ingreep een stuk duurder maakt.

 

4. ONZE WERKWIJZE

Wij castreren halfbedekt, altijd liggend onder een lichte narcose. Een nadeel van het liggend castreren is het narcoserisico en het neerleggen. Echter, door het paard neer te leggen, kunnen we er beter bij. Onder sedatie blijft een paard bijvoorbeeld niet goed wijdbeens staan. Als het paard ligt kunnen we de balzak wel zeer goed steriel wassen en steriel wordt afgedekt waardoor de kans op besmetting met bacteriën aanzienlijk afneemt. Het zicht op het operatieveld is goed en het paard beweegt niet, waardoor er altijd netjes en vlot doorgewerkt kan worden. We castreren nooit meerdere paarden achter elkaar, omdat wij liever alle spullen na operatie eerst volledig steriel maken in de autoclaaf.

 

KEUZE-OPERATIE

Het betreft hier een keuze-operatie en dan kiezen we natuurlijk graag voor optimale omstandigheden. Voordat we met de castratie kunnen beginnen, moet eerst een zorgvuldig algemeen onderzoek van de hengst gedaan worden. Castaties voeren we alleen uit bij droog en windstil weer in een droog weiland of eventueel binnen op een schoon zeil. We gebruiken hiervoor ook onze praktijkruimte.

Indien mogelijk zien we ook graag dat het paard daarna op het weiland blijft om te herstellen omdat dit de kans op infecties aanzienlijk terugdringt. Het voorjaar is echt de beste tijd: de weiden staan vol met gras en het aantal insecten is ten opzichte van de zomer nog gering. Dit betekent dat er voor het paard direct na de castratie een schone omgeving is, waar het dier kan herstellen van de ingreep.

Normaal gesproken duurt het ongeveer 10 dagen voor de wond grotendeels dicht is, soms zit er dan nog een klein wildvlees bobbeltje dat meestal na enige tijd vanzelf in elkaar schrompelt. De meeste paarden kunnen vervolgens na 1 à 2 weken weer opgepakt worden en geleidelijk aan normaal gewerkt worden, uiteraard is dit wel afhankelijk van het feit of het paard fit is (goed eet, geen koorts heeft en fris is als hij naar buiten gaat). Het mooiste is dat de wond inderdaad weer dicht is voordat u het paard weer intensief gaat berijden, maar niet persé noodzakelijk. Het voordeel van vroeg na de operatie bewegen is dat de zwelling wat makkelijker “wegloopt” hetgeen de wondgenezing bespoedigt.

 

Met dank aan Meers Paarden Centrum voor het beschikbaar stellen van de foto's.

castratiestart Castratie
castratie 1 Castratie
castratie 2 Castratie
castratie 3 Castratie
castratie 4 Castratie
En wat doen we hier mee? Castratie