Close Menu
Spoed? Bel 06 55 37 00 00 Op spoednummer geen APP/SMS (doorgeschakeld)
Geen spoed? Bel dan tijdens spreekuur
Ma t/m vr van 8.00 - 9.00 uur: 0252-534340

Droes

 

Laatste pagina update december 2018

 

DROES IS EEN BACTERIE

Droes is een besmettelijke ziekte die bijna uitsluitend voorkomt bij paarden, ezels en muildieren. Droes wordt veroorzaakt door een bacterie. Er is op wetenschappelijk gebied gelukkig al redelijk veel bekend over de wijze waarop deze bacterie leeft. Graag zetten we voor u belangrijke feiten op een rijtje, die meer inzicht geven in de wijze waarop we verspreiding van droes tegen kunnen gaan.

 

IEDERE DROESUITBRAAK IS ANDERS

Heeft u in praktijk nog nooit te maken gehad met droes, dan is het goed onderstaand artikel goed te lezen. Heeft u wel al eerder kennis gemaakt met droes op stal, dan is het ook handig deze pagina te lezen, want er zijn sinds 2017 nieuwe manieren om dragers, de verspreiders van droes, op te sporen. Daarmee zijn er nieuwe wegen, preventief op te treden tegen droes.

Droes als bacterie is geen "serial killer". Paarden zijn zeker even erg ziek, maar de restschade is in de meeste gevallen gelukkig beperkt. Het kan via het ziekteverloop soms wel leiden tot definitieve problemen of zelf tot overlijden. Voor de meeste paarden die droes moeten doorstaan, blijft droes gelukkig louter en alleen zeer irritant.

In het algemeen geldt natuurlijk dat droes pas aandacht krijgt, als het is. Voor houders van volwassen paarden is droes dan ook irritant. Droes is namelijk zeer besmettelijk en verdere verspreiding is een kweekvijver voor nieuwe dragers. Hoe meer dragers, hoe groter de kans dat er bij daling van dit paard zijn weerstand, droes weer een keer terug kan komen op stal. 

Vroeger stonden paarden vooral aan huis en had men er gemiddeld twee of drie. De aanwas was doorgaans een eigen fokprodukt. De wijze waarop we thans paarden houden is veelal fors anders. Volwassen paarden staan tegenwoordig minder vaak aan huis maar steeds meer op grote pensionstallen, er is meer verkeer tussen stallen en er is meer aandacht voor het belang van sociaal contact tussen paarden. Dit soort factoren geven een besmettelijke bacterie bij uitbraak op een stal natuurlijk wel aanzienlijk meer slagkracht, dan droes voorheen had. Als paardenarts hebben wij in praktijk helaas ook al gezien welke effecten dat kan hebben. 

Gelukkig stond de wetenschap hier ook niet volledig stil, er zijn nieuwe methoden om dragers op te sporen en te genezen. Zo vormt droes thans een vraagstuk over stalbeleid, waarbij het meest logische antwoord op iedere stal weer iets anders kan zijn. Graag attenderen we u op het feit dat wij niet het beleid omtrent infectieziekten op stallen bepalen, dat doet de stalhouder.  Onze rol als dierenarts is goede informatie en kwalitatief goede dienstverlening neerzetten, die op enig moment van ons gevraagd wordt.

 

PRAKTISCHE TOEPASSING NIEUWE TESTEN

Dan is het wellicht fijn te weten dat wij inmiddels veel ervaring met nieuwe test- en behandelmethoden hebben opgedaan. Vorig jaar sloeg droes toe op een grotere moderne pensionstal in ons praktijkgebied, waar veel paarden veel sociaal contact genieten. De uitbraak was fors en langdurig. Het stalmanagement reageerde sterk terug, wilde alle nieuwe maatregelen uit de kast te trekken om droes in de toekomst geen onnodig extra spel te geven.

We gingen zo hard aan de slag met de nieuwste mogelijkheden, waaronder het op stal onderzoeken van luchtzakken en ze zo secuur mogelijk schoon te spoelen. Uiteraard was er veel nauw overleg met deskundigen van de GD (gezondheidsdienst voor dieren) en de faculteit diergeneeskunde in Utrecht, om de nieuwste bestrijdingsmethoden op dit gebied in praktijk ook echt zo handig mogelijk toe te passen. Wij willen daarbij namelijk iedere kans op verdere verspreiding uitgesloten zien. Mobiel spoelen was al helemaal nieuw, het was een vaktechnische uitdaging waarbij Erica de touwtjes in handen nam. Inmiddels hebben we al heel veel luchtzakken schoongespoeld en wie weet wat droes kan doen op een stal vol volwassen rijpaarden, weet dat iedere drager minder, op zich al een stukje gaaf preventief werk is! Om te begrijpen wat minder dragers voor paardeneigenaren in zijn algemeenheid betekent, gaan we nu uitleggen wat droes exact is.  

DRAGERS EN IMMUNITEIT

Paarden jonger dan vijf jaar, in het bijzonder veulens en jaarlingen, krijgen sneller droes dan oudere paarden. Soms zijn opfokstallen compleet besmet, het is dan ook maar goed dat de complicaties bij droes relatief weinig voorkomen. Echter, zijn de complicaties er wel, dan kunnen ze fataal worden. Dat is de reden dat op sommige opfokbedrijven de jongste paarden geent worden.

Heeft een paard droes gehad, dan blijkt er ongeveer 75% kans te zijn dat het dier immuun is geworden, voor een periode van minimaal 5 jaar. Ongeveer 15%, zou weer droes kunnen krijgen, maar hoeft geen drager te zijn. Helaas schat men ook in dat ongeveer 10% de bacterie blijft ronddragen (drager), deze paarden kunnen bij vermindering van de weerstand weer opnieuw droesbacterieen uitscheiden en verspreiden. Met name in de luchtzakken kan de bacterie langdurig zonder klinische symptomen aanwezig blijven. Let op, dit zijn natuurlijk slechts schattingspercentages, die een globaal beeld geven.

Belangrijk is te onthouden dat de meeste paarden ooit op jongere leeftijd al droes gehad hebben, een milde of heftigere vorm. De resterende dragers, de actieve verspreiders, zijn met het blote oog niet herkenbaar en zo komt het dat het ook op stallen met louter volwassen paarden, overal en nergens weer op kan duiken.

Gelukkig komt droes in onze regio, waar relatief weinig opfok plaats vindt en veelal volwassen paarden staan, die al deels immuun zijn of in ieder geval niet dragend, relatief minder voor. Ook is de verpreiding op stallen beperkter, dan in groepen waar jongere paarden zonder weerstand gezamelijk in een groep boven de drinkbak staan.

Echter, op stallen met veelal volwassen paarden, kan beheersing van droesuitbraken toch een grote uitdaging voor alle betrokkenen worden. Op dit soort stallen zijn doorgaans ook veel meer bezoekers. Tegenwoordig zijn er diverse routes om verspreidingskansen aanzienlijk terug te dringen, maar het vraagt om veel extra inspanning. Lees hieronder, hoe verspreiding plaats vindt, dan wordt duidelijk waarom het bij uitbraak toch een heel vervelende bacterie kan zijn.

 

 

DE VASTSTELLING VAN DROES

Is er droes, dan breekt er een intensieve tijd aan, omdat het snot besmettelijk is en ook even buiten het paard kan blijven leven. Een met droes besmet paard krijgt doorgaans binnen 3 tot 14 dagen heftige keelontsteking. De symptomen zijn meestal koorts, slecht eten en geel-groen neusuitvloeisel. Het paard voelt zich doorgaans erg ziek. De bacterie veroorzaakt vaak opvallende abcessen onder de kaak of boven het strottenhoofd (achter de kaaktakken). In het geval dat een nieuw besmet paard koorts heeft en nog geen zwelling, kan soms antibiotica de bacterie in dit dier nog vernietigen. Anders rest niets dan het dier zo goed mogelijk door de nare ziekteperiode heen te loodsen.

Wie echter denkt dat een droespatient altijd direct herkenbaar is aan ladingen snot en zwellingen en daardoor droes altijd direct bekend is, heeft het helaas mis. Niet iedere verdikte lymfeknoop is droes en niet alle droesgevallen geven direct expliciet het bovenstaande ziektebeeld. Verdikkingen en koorts kunnen ook andere redenen hebben, die niets met droes te maken hebben. Definitieve vaststelling van droes vindt plaats via afname van swabs met besmet materiaal dat in het laboratorium onderzocht wordt. Besmet materiaal kan bij een ziek paard doorgaans zonder spoeling met een wattenstaafje uit een abces of via vieze neuzen gehaald worden.

Let op! Bij droes is dus niet altijd een abces te zien!

Natuurlijk geldt dat bij ieder vermoeden dat droes aanwezig kan zijn, het raadzaam is wel alvast direct maatregelen tegen verdere verspreiding te nemen. Denk aan directe isolatie van de groep en isolatie bij verzorging. Bedenk ook dat in dit stadium al de eerste verdere verspreiding al plaats gevonden kan hebben.

Het feit dat droes zich soms wel direct heel duidelijk, maar soms niet direct duidelijk laat zien, is natuurlijk een irritant kenmerk van droes.

 

 

 

 

Al hetgeen wat bij een aan droespaard aan vocht, snot en pus vrijkomt is besmettelijk. Ook buiten het paardenlichaam kan de bacterie langere tijd in leven blijven, bijv. op jassen, op de poetsplaats en denk eens aan een waterbak, waar meerdere paarden uit drinken enz. Droes is niet alleen voor het getroffen paard erg naar, de eigenaar heeft er ook een flinke dobber aan. Om verspreiding tegen te gaan worden hygienemaatregelen geadviseerd, passend bij de specifieke omstandigheden. We stellen deze niet ruimer op dan noodzakelijk. Vervolgens is het echter erg belangrijk dat hetgeen moet gebeuren, wel zo goed mogelijk wordt uitgevoerd.

Alle gezonde paarden op de stal worden extra in de gaten gehouden. Het temperaturen is erg belangrijk, zowel voor de groep als het individuele paard! We hopen door vroegtijdige ontdekking van koorts het paard eerder apart te kunnen zetten (om verspreiding tegen te gaan) en dat er dan nog de keuze is het dier antibiotica te geven.

 

HET ZIEKTEVERLOOP BIJ DROES

Het paard voelt zich tijdens de ziekte vervelend, maar wordt meestal weer helemaal de oude. Echter, nul tot vijf procent van de geïnfecteerde paarden overlijden uiteindelijk aan complicaties van droes. Bij uitzondering kan de abcesdoorbraak naar binnen slaan en leiden tot pus in bloedvaten, hetgeen tot de dood kan leiden. Pus in de luchtpijp leidt mogelijk tot longontsteking. Tevens is zenuwaantasting mogelijk, waarop cornage (stembandverlamming) of problemen met slikken kunnen volgen. Ook kunnen lymfeknopen in de darmen ontstoken raken (verslagen droes). Als deze doorbreken komt er ontstekingsvocht in de buikholte van het paard. Is dit daadwerkelijk het geval, dan is het dier echt niet meer te redden. De Engelstalige naam voor droes is “strangles”. Vroeger was de meest voorkomende complicatie verstikking, doordat de abcessen de luchtwegen kunnen afsluiten. In geval van dreiging hiertoe, kunnen we tegenwoordig in noodgevallen een buisje in de luchtpijp plaatsen.

Bij hogere koorts kan het dier geholpen worden met koortsremmers/pijnstillers. Het is tevens belangrijk dat het paard voldoende vocht binnen blijft krijgen, vooral bij veulens kan dit reden zijn om aanvullende maatregelen te nemen. Breken de abcessen naar buiten open, dan geneest het paard daarna meestal snel en volledig. Het liefst zien we de abcessen zo snel mogelijk rijpen en doorbreken, zodat het risico op het naar binnen slaan voorbij is. Gebruik daarom de voorgeschreven zalf op de voorgeschreven wijze en gebruik hier liever geen andere smeersels bij.

Over de groep genomen voelen paarden zich echt ziek, maar is de definitieve schade dus beperkt. Toch is het gelijktijdig heel belangrijk dat alle betrokkenen begrijpen, dat gezondheidsrisico er wel is en waar geen permanente gevolgen zijn, paarden zich tijdens het ziekbed bepaald niet fijn voelen. Lees hieronder ook, wat droes voor het stalmanagement meeneemt. Het is zaak met zijn allen droes tegen te gaan.

 

VERSPREIDING VAN DROES

Droes is een bacterie en wordt overgebracht via slijmdeeltjes en pus van het paard. Het komt stallen binnen via dragers of bijvoorbeeld via een paard dat van een stal afkomt die blijkbaar eerder besmet was. De bacterie kan ook langere tijd zonder paardenlichaam leven. In vochtige organische milieu's kan de bacterie zes tot acht weken zelfstandig doorleven. Op koud hout (2 graden) zou de bacterie zelfs 63 dagen kunnen overleven en in water nog langer. Via indirect contact (waterbakken, kleding, emmers, mest, trailers, nat hekwerk enzovoorts) kan dus besmetting plaatsvinden. Preventie tegen de verspreiding van droes gaat dus altijd gepaard met veel schoonmaken. Droes is er atlijd in het natiige najaar en voorjaar. We zijn daarna extra blij met het aanbreken van zonnige, goed droge perioden.

Mensen zijn gewend aan het idee dat als de ziekteverschijnselen weg zijn, het besmettingsgevaar ook vrij snel voorbij is. Maar dit is bij droes NIET het geval. Een besmet paard kan 1 tot 2 maanden na herstel de bacterie blijven uitscheiden en vervolgens is de uitgescheiden bacterie dus niet direct dood. Na de ziekteverschijnselen moet het paard nog apart van de groep blijven, gemest worden met aparte mestvork, de eventuele hond en kat en bezoekers altijd uit de buurt gehouden worden enzovoorts. Laat u niet misleiden door de afwezigheid van symptonen en blijf alert op verspreidingsrisico's.

 

 

BEPERKING VERSPREIDING DROES

Uit bovenstaande informatie valt af te leiden dat de aanwezigheid van droes niet altijd direct bekend is. Er lopen immers nogal wat dragers rond en de bacterie kan langere tijd zonder paardenlichaam. Droes zou zich dus supersnel door en tussen stallen kunnen verspreiden. Toch viel dit op stallen met volwassen paarden in de praktijk altijd erg mee, zeker als paarden niet altijd in groepen staan, er verschillende leeftijdsopbouw aanwezig is, een verdacht paard direct apart gezet wordt enz. Nu groephuisvesting toeneemt, lijkt dit beeld te kunnen gaan veranderen.

Snot vliegt niet urenlang door de lucht. Echter, in een drinkbak of op een houten balk voelt het zich heerlijk. Door de droogtegevoeligheid van de bacterie, de verworven immuniteit van oudere paarden, de veelal individuele huisvesting en de juiste hygiëneregels, is op stallen met een gemengde leeftijdsamenstelling de kans op snelle verspreiding niet zo groot, mits bij uitbraak hygienemaatregelen goed uitgevoerd worden. Bij groepshuisvesting wordt het natuurlijk groter, alle vormen van huisvesting hebben zo eigen voor- en nadelen

Het probleem is natuurlijk dat bij veel mensen de aandacht verslapt, zodra er nergens droes lijkt te zijn. Maar men kan natuurlijk ook niet bij iedere verhoging direct een slot op een stal gooien. Zorg dat je het niet meeneemt naar huis. Laat paarden en ponies op wedstrijd bijvoorbeeld niet gezellig "met elkaar neuzen", gebruik altijd een eigen waterbak, zet het paard niet aan een nooit schoongemaakte balk om in publieke ruimten op te zadelen, want bedenk hoe lang een snotje daar kan blijven hangen.

Op de stal kan het in overweging genomen worden nieuwe paarden te testen, dat is zeker een goed plan als ze uit een verdachte omgeving komen. Natuurlijk is het zo dat als je op een stal staat waar een droesuitbraak is, je niet met paarden moet willen gaan verhuizen naar een andere stal waar louter gezonde paarden staan, tenzij uit testen heel duidelijk blijkt dat het individuele paard niet besmet is.

Let als nieuwe stalhouder goed op het feit dat er mensen zijn die tijdens uitbraak op stal toch hun paard willen verhuizen naar een stal "voortaan zonder snot en gezeur". Natuurlijk wil dan niemand bewust een bacterie verslepen, maar het risico wordt zo natuurlijk aanzienlijk groter. Het is jammer als zo een normaal droesvrije stal in problemen komt. Vraag als stalhouder ook bewust op dit punt door want heeft u meerdere paarden op stal dan is het wellicht verstandiger het betrokken paard eerst te isoleren en terdege te testen. Even wat strenger zijn is echt minder erg, dan straks in de snotneuzen zitten. 

 

ENTING TEGEN DROES

Tijdens een uitbraak snel gaan enten, geeft geen bescherming omdat de droesenting een enting is zoals vele paardeneigenaren kennen via influenza. Er moet dus eerst een basis opgebouwd worden en dat kost tijd. De droesenting moet vaak herhaald worden en is dus zeker op langere termijn kostbaar.

Het enten tegen droes als maatregel kent specifieke voor- en nadelen, die tegen elkaar afgewogen kunnen worden. Indien u enting overweegt, kunt u contact met ons opnemen zodat wij de mogelijkheden goed voor u op een rijtje kunnen zetten.

 

Op diverse opfokstallen worden in ieder geval de jonge veulens gevaccineerd, omdat de gevolgschade bij veulens snel groter is, dan bij iets verder opgegroeide paarden.

 

HET OPZOEKEN EN BEHANDELEN VAN DRAGERS MET DROES

Bij stallen met veel onderling contact en veel verkeer of dragers in minder optimale conditie, kan de bacterie een ware nachtmerrie gaan vormen. Naast het uitzitten van uitbraken, is er wel wat te doen om droes te lijf te gaan. Dat is dragerschap heel serieus gaan nemen.

Is het paard niet duidelijk ziek geweest maar is het wel een verdacht paard of is de ziekteperiode 6 maanden voorbij, dan kan om resterende dragers te identificeren, een eerste screening bloedonderzoek zijn, om te zoeken naar gevormde antilichamen tegen de bacterie. Zijn er na 6 maanden geen antilichamen dan is het paard vrij, zijn ze er wel, dan zijn er 2 vervolgmogelijkheden. De eerste is dat de bacterie weer terug is, omdat het paard hem nog recenter weer tegengekomen is op stal. De tweede is dat er sprake is van een echt langdurige drager. Er kan dan verder onderzocht worden dmv spoelingen, waarbij 1 keer luchtzakspoeling beduidend beter werkt dan 3 keer neusswab, het zit immers in de luchtzak.  

Een andere optie is sneller te gaan testen, na 6 - 8 weken na de ziekteverschijnselen bij de paarden die apart moesten staan, luchtzakspoelingen te doen om te kijken of het DNA van de bacterie aanwezig is. Dan is het paard met zekerheid vrij van dragerschap, zolang hij natuurlijk niet opnieuw door een ander paard besmet wordt.

Is een groep al langere tijd vrij van droes, dan is dat wel zo prettig. Wees daarom echt voorzichtig met snelle opname van nieuwe paarden, zeker als zij uit een verdachte omgeving komen, wil je het niet zo maar tussen de andere paarden zetten. Vermijd liever eerst even direct contact. Het is het mooiste als deze paarden apart gezet kunnen worden en met een aparte vork gemest worden, nog niet op de poetsplaats enz.

Uiteraard geldt dat niet alle wegen, waarlangs droes op stal kan binnenkomen, hiermee volledig afgesloten zijn. Helaas is dat niet haalbaar. Maar de grote snelweg zoveel mogelijk afsluiten is al beter dan droes een hartelijk welkom geven.

MOBIEL LUCHTZAKKEN ONDERZOEK EN MOBIEL LUCHTZAKKEN SPOELEN

 

Nieuw in de strijd tegen eventueel hardnekkig terugkerende droes is dat we luchtzakken van dragers niet alleen heel goed en mobiel kunnen onderzoeken, maar ook mobiel kunnen schoonspoelen, terwijl het paard gewoon op de stallocatie is en de ziekte op dat moment niet actief is op de stal. 

Bij een drager blijft de bacterie in de luchtzak achter, wachtend om bij afname van weerstand weer naar boven te kruipen en opnieuw de stal te besmetten. Vooral in het voorjaar kan het bij uitscheiding langer in leven blijven, buiten een paard. Komt op een stal frequenter droesproblemen voor of is de impact van een uitbraak onacceptabel groot, dan is het zoeken van dragers een betere optie.

Via het doen van luchtzakspoelingen en het testen van resultaat, kan de kans op terugkomst van droes via deze drager heel sterk teruggedrukt worden. Dit kan ook, als het paard al langere tijd drager is, mits de "ingedroogde pus stenen" dan niet te groot zijn geworden om weg te spoelen. In dat geval kan alleen operatie nog hulp bieden, maar gelukkig zijn ze slechts zelden zo groot.

 

 

Het feit dat we dan nu via luchtzakspoelingen, gewoon op stal, veel nauwkeuriger droesdragers kunnen vinden en ze ook weer vrij van de bacterie kunnen krijgen is, zeker nu op de gemiddelde stal meer dan een of twee paarden staan en sociaal contact toeneemt, een welkome aanvulling.


 

 

In dit zeer uitgebreide filmpje, gemaakt door mevr. van Kesteren, laten we zien hoe we bij het paard op stal, materiaal uit de luchtzak gingen spoelen.  We hebben in het filmpje niets ingekort of aangepast, zo krijgt iedereen met interesse (al meer dan 1000 views ??) een goed idee, hoe we dit in praktijk zijn gaan doen. Inmiddels hebben we de luchtzakspoeling al zo vaak uitgevoerd en kunnen we zeggen dat paarden het veel minder spannend vinden dan de eigenaar.  

 

COMMUNICATIEPAKKET BIJ DROES

Bij een droesuitbraak zijn er vaak heel veel vragen met betrekking tot optimalisering management, die we stap voor stap gaan beantwoorden. De praktische omstandigheden zijn overal anders, dit maakt droes nooit helemaal een standaard verhaal. Samen met het stalmanagement en eigenaren zoeken we naar de best passende route om verdere verspreiding tijdens de uitbraak en indien wenselijk nu ook het risico op terugkomst in de toekomst, terug te dringen.