Close Menu
Spoed? Bel 06 55 37 00 00 Op spoednummer geen APP/SMS (doorgeschakeld)
Geen spoed? Bel dan tijdens spreekuur
Ma t/m vr van 8.00 - 9.00 uur: 0252-534340

Droes

 

Laatste pagina update december 2018

 

DROES WORDT VEROORZAAKT DOOR EEN BACTERIE

Heeft u nog nooit te maken gehad met droes? Dan is het goed onderstaand artikel goed te lezen. Heeft u wel al eerder kennis gemaakt met droes op stal? Ook dan is het handig deze pagina te lezen. Want er zijn regelmatig nieuwe inzichten op het gebied van droes en de opsporing ervan.

 

DRAGERS EN IMMUNITEIT

Om droesuitbraken beter te begrijpen, moet u eerst begrijpen wat het exact is. Droes is een besmettelijke ziekte aan de voorste luchtwegen, die bijna uitsluitend voorkomt bij paarden, ezels en muildieren. Droes wordt veroorzaakt door een bacterie. Er is op wetenschappelijk gebied gelukkig al redelijk veel bekend over de wijze waarop deze bacterie overleeft en paarden besmet.

Paarden jonger dan vijf jaar, in het bijzonder veulens en jaarlingen, krijgen sneller droes dan oudere paarden. Soms zijn opfokstallen compleet besmet, en hebben veel paarden keelonsteking en abcessen. Een nare tijd, maar doorgaans blijft het daarbij. Soms komen er echter complicaties bij droes, die blijvende schade kunnen veroorzaken en zelfs fataal kunnen worden. Ze kunnen voorkomen op alle leeftijden, maar ernstige complicaties komen duidelijk vaker voor bij jonge paarden. Dat is de reden dat thans op sommige opfokbedrijven de allerjongste paarden ingeënt worden. De enting geeft geen volledige bescherming tegen het krijgen van droes, maar zwakt wel de besmettelijkheid, de symptomen en dus het gezondheidsrisico af.

Heeft een paard droes gehad, dan blijkt er ongeveer 75%-80% kans te zijn dat het dier immuun is geworden, voor een periode van minimaal 5 jaar. Ongeveer 20-25%, zou direct weer droes kunnen krijgen, zij bouwen geen (goede) immuniteit op. Helaas blijkt ook dat bij ongeveer 5-10% van de besmette paarden, de bacterie blijft hangen. Dit zijn dan "dragers". In dat geval handhaaft de bacterie zich in de luchtzak. Dit kan soms onzichtbaar zijn voor het blote oog. De bacterie bevindt zich dan in een biofilm. Dat is een laag micro-organismen die worden omgeven door zelf geproduceerd slijm. En soms is de bacterie wel zictbaar in de luchtzak aanwezig. Dit kan zijn in de vorm van pus, ingedroogd pus of stenen. Deze paarden vertonen geen klinische symptomen meer, maar kunnen bij verminderde weerstand weer opnieuw droes krijgen en ook andere paarden besmetten. Dat is vervelend, want uit deze besmette groep kunnen dan weer nieuwe dragers ontstaan.

Let op, dit zijn natuurlijk statistische cijfers. Bij een uitbraak kan het meevallen en tegenzitten. Belangrijk is te onthouden dat de meeste paarden ooit op jongere leeftijd al droes gehad hebben, een milde of heftigere vorm. Zij zijn slechts tijdelijk beschermd, zeker niet altijd levenslang. Het verspreiden van droes gebeurt via dragers en dieren die vatbaar zijn voor droes. Omdat droes bij een uitbraak, zeker in de beginfase niet altijd makkelijk herkenbaar is, is er een periode waarin de bacterie zich kan verspreiden. De bacterie kan ook even buiten het paard leven. Hierdoor kan droes ook indirect verspreid worden. Bijvoorbeeld via emmers, kruiwagens en andere materialen. Maar ook via handen en kleding van eigenaren en verzorgers.

 

DE PRAKTIJK

Gelukkig komt droes in onze regio, waar relatief weinig opfok plaats vindt en veelal volwassen paarden staan, die al (deels) immuun zijn, minder vaak voor. Ook is de verspreiding op stallen met individuele huisvesting in boxen beperkter, dan in groepen, waar (jongere) paarden uit dezelfde drinkbak drinken en van dezelfde hooibaal eten.

Naast het feit dat droes naar is voor het paard en toch altijd een risico op complicaties meebrengt,zorgt het er ook voor dat een paard voor een aantal weken niet gebruikt kan worden voor het doel waar de eigenaar het dier voor heeft. Droes onbeperkt door de volwassen groep laten gaan is niet heel handig, want als het aantal dragers op een stal toeneemt, wordt de kans dat droes terugkomt hoger. In sommige situaties kan verdere beheersing van droesuitbraken uiteindelijk een grote uitdaging voor alle betrokkenen worden.

Droesuitbraken laten thans steeds meer variatie zien in slagkracht en symptomen. Dat zorgt ervoor dat droes niet altijd in een vroeg stadium wordt herkend. Er zijn tegenwoordig gelukkig ook diverse manieren om verspreidingskansen aanzienlijk terug te dringen. Dit vraagt echter om veel extra inspanning. Lees hieronder, hoe verspreiding plaatsvindt, dan wordt duidelijk waarom iedere uitbraak weer anders kan zijn.

 

IEDERE DROESUITBRAAK IS ANDERS

De manier van paardenhouden is in de loop der tijd sterk gewijzigd. Vroeger stonden paarden vooral aan huis en had men er gemiddeld twee of drie. De wijze waarop we thans paarden houden is echter gewijzigd. Volwassen paarden staan tegenwoordig minder vaak aan huis, er is veel meer paardverkeer tussen stallen en er is meer aandacht ontstaan voor het belang van sociaal contact tussen paarden. Dat is fijn, want paarden hebben daar behoefte aan. Dit soort veranderingen geven echter besmettelijke ziektes steeds meer kans.

Bij aanvang van een uitbraak is het verstandig om zo snel mogelijk te testen om zekerheid te krijgen of droes een rol speelt. De mogelijke testen leggen we straks uit onder "droesuitbraak, wat nu". 

Eerst leggen we uit waarom het tegengaan van verspreiding en ontwikkelen van nieuwe dragers zo belangrijk is. Als een paard voor steeds nieuwe besmetting gaat zorgen, dan is dat natuurlijk erg vervelend. Het is een gevaar voor zichzelf en het paard neemt wellicht andere paarden mee. We kunnen inmiddels dragers opsporen en meestal zijn zij te genezen. Via bloedonderzoek kunnen we kijken of er antistoffen zijn. Bij verdachte paarden gaan we dan de luchtzak verder onderzoeken en waar nodig schoonmaken. Het nadeel van dragers kwalitatief goed opsporen en behandelen, is echter dat het tijdsintensief is. Wij hebben twee verschillende methoden, afhankelijk van de praktijkomstandigheden waar we mee moeten werken.

Het mooie is dat we door goed spoelen vaak geen antibiotica meer nodig hebben (maar heel soms nog wel), dus het totale systeem niet onnodig hoeven te belasten. Paarden krijgen een roesje en hebben er in praktijk helemaal niet zoveel last van.Vervelend is dat we niet exact de kosten op voorhand kunnen aangeven voor het volledig schoon krijgen van een paard, want het ene paard krijgen we veel sneller schoon dan het andere.

Omdat dragers behandelen geld kost, is het echt heel belangrijk te zorgen dat iedereen bij vermoeden en uitbraak gaat proberen verspreiding van droes te beperken, voor zover dat mogelijk is.

Het is thans zo, dat er reeds enkele stalhouders zijn, die preventief heel sterk optreden. Vaak omdat ze gezien of ondervonden hebben wat een heftige droesuitbraak inhoudt. Zij hebben bijvoorbeeld alle paarden op stal al op dragerschap getest en schoongemaakt. Deze stalhouders zullen natuurlijk ook eisen gaan stellen aan het opnemen van nieuwe paarden in hun groep. Andere mensen vinden dat soms allemaal sterk overdreven, maar zeker op een stal met veel sociaal contact kan beheersing en preventie een belangrijk onderwerp worden.

Het aantal dragers is normaal dus maar een beperkt percentage. Zo zagen wij ook veel testen met negatieve uitslagen. Na goede uitslagen ontvangen te hebben, houdt men de groep natuurlijk zo goed mogelijk apart van andere paarden. Het opbouwen van een hogere beschermingsgraad zal niet altijd volledig waterdicht kunnen zijn, maar is natuurlijk stukken beter dan dweilen met de kraan open. 

 

VEEL ERVARING NIEUWE TESTEN EN METHODEN

Als praktijk hebben we veel ervaring opgedaan met nieuwe testmethoden. Dat komt omdat droes toesloeg op een grote, moderne pensionstal in ons praktijkgebied, waar veel paarden veel sociaal contact hebben. De uitbraak was fors en langdurig. Uiteraard was er veel nauw overleg met deskundigen van de GD (gezondheidsdienst voor dieren) en de faculteit diergeneeskunde in Utrecht, om de nieuwste bestrijdingsmethoden op dit gebied in praktijk ook echt zo handig mogelijk toe te passen. Het stalmanagement reageerde sterk, en wilde alle nieuwe maatregelen uit de kast te trekken. Zo konden dragers niet zorgen voor nieuwe droesuitbraken op deze stal. Voor ons een reden dat we met zowel het groepsgewijs onderzoeken van luchtzakken en individueel mobiel spoelen van luchtzakken nog meer ervaring gingen op doen. Het geheel was een ware vaktechnische uitdaging waarbij Erica de touwtjes in handen nam. Inmiddels hebben we al heel veel luchtzakken getest en schoongespoeld. Wie weet wat droes uiteindelijk kan veroorzaken op een stal vol rijpaarden met intensief sociaal contact, weet dat iedere drager minder, op zich al een grote winst is! Het zal u niet verbazen dat na zoveel inspanning om het aantal dragers op het terrein te verminderen, men op deze stal nieuwkomers niet gelijk in kuddes opneemt.

PER STAL STERK VERSCHILLEND

De behoefte aan beheersing zal per stal sterk verschillend zijn. We kunnen inmiddels ook hier gerust zeggen dat onze praktijk zowel bij de preventie als bij een uitbraak van droes alle begeleiding kunnen bieden en optimaal mobiel werken. Welke begeleiding exact wenselijk is, bepaalt u echter altijd helemaal zelf. Staat u op een pensionstal, dan zal men eerst onderling op een lijn moeten komen. Individuele bescherming via enting werkt immers slechts symptoomverlagend. Als een hele stal meedoet met de hygienische maatregelen en eventuele vaccinatie is de te behalen winst vele malen groter.

 

HELP, NU IS ER DROES

Het snot is besmettelijk en kan ook even buiten het paard blijven leven. Is verspreiding onwenselijk, dan vraagt dit om maatregelen.

Bij een drager onstaat droes van binnenuit. Bij besmetting worden de bacteriën via de neus of de mond opgenomen. Na opname worden ze binnen enkele uren vervoerd naar de drainerende lymfeknopen. De bacterie keert pas later terug op de slijmvliezen in de neus en de mond. Daarom zijn neus/keel swabs in de eerste 12-72 uur na infectie vaak nog negatief. De paarden zijn dan ook nog niet infectieus. Uitscheiding via de neus begint gemiddeld 1-3 dagen na de komst van koorts.Wil men verspreiding tegen gaan, dan worden bij de andere paarden voortdurend tweemaal per dag de temperatuur opgenomen. Bij droes op stal is twee keer per dag bij alle paarden temperatuur opnemen erg belangrijk. Zodra een paard koorts krijgt kan deze dan geisoleerd worden voordat hij infectieus is en andere paarden besmet. In het geval dat een nieuw besmet paard koorts heeft en nog geen zwelling, kan soms antibiotica de bacterie in dit dier nog vernietigen. Anders rest niets dan het dier zo goed mogelijk door de nare ziekteperiode heen te loodsen.

Verdikkingen en koorts kunnen ook andere redenen hebben, die niets met droes te maken hebben. Niet iedere verdikte lymfeknoop is droes. Vervolgens geven niet alle droesgevallen direct expliciet het bovenstaande ziektebeeld. Men weet ook dat droes in mildere vormen kan voorkomen. Er komen dan geen abcessen, maar bijvoorbeeld slechts milde maar hardnekkige verkoudheid. We horen in dit kader vaak onzin over droes. Het is zaak droes niet zomaar uit te sluiten. Als er bijvoorbeeld snot in 1 neusgat zit, kan het een ontstoken kies zijn, maar in de praktijk blijkt dat het zeker ook droes kan zijn.

Het feit dat droes zich soms wel direct heel duidelijk, maar soms niet direct duidelijk laat zien, is natuurlijk een bijzonder irritant kenmerk van droes, waar we als eigenaren en dierenartsen niet blij van worden. Het was prettiger geweest als iedere droesbesmetting altijd direct herkenbaar was aan extreme ladingen snot en zwellingen, maar we kunnen niet genoeg benadrukken dat dit tot verkeerde interpretaties leidt.

Natuurlijk geldt dat bij ieder vermoeden dat droes aanwezig kan zijn, we als het mogelijk is wel alvast maatregelen tegen verdere verspreiding adviseren. Denk waar mogelijk aan directe isolatie van een groep en isolatie bij verzorging. Bedenk ook dat in dit stadium de eerste verdere verspreiding al plaatsgevonden kan hebben.

Soms zullen maatregelen een keer overbodig blijken, omdat bijvoorbeeld uit de testen blijkt dat het geen droes is. Dat staat echter vaak in goede verhouding tot het gezeur en de narigheid bij uitgebreide verspreiding in een stal.

Definitieve vaststelling van droes kan pas plaatsvinden via afname van swabs met besmet snot dat in het laboratorium onderzocht wordt. Besmet materiaal kan bij een klinisch ziek paard doorgaans zonder spoeling met een wattenstaafje uit een abces of uit vieze neuzen gehaald worden.

Een met droes besmet paard krijgt doorgaans binnen 3 tot 14 dagen heftige keelontsteking. De symptomen zijn meestal koorts, slecht eten en geel-groen neusuitvloeisel. Het paard voelt zich doorgaans erg ziek. De infectie stopt vaak 2-3 weken later, maar kan soms 4-6 weken of nog langer aanhouden. De bacterie veroorzaakt vaak opvallende abcessen onder de kaak of boven het strottenhoofd (achter de kaaktakken), MAAR LET OP DEZE SYMPTOMEN ZIJN ER NIET ALTIJD. Abcessen gaan doorgaans pas 1 tot 4 weken na infectie doorbreken.

 

Bron: Informatiefolder MSD Animal Health Droes Stappenplan eigenaar

 

Al hetgeen wat bij een aan droespaard aan vocht, snot en pus vrijkomt is besmettelijk. Ook buiten het paardenlichaam kan de bacterie langere tijd in leven blijven, bijv. op jassen, op de poetsplaats en denk eens aan een waterbak, waar meerdere paarden uit drinken enz. Droes is niet alleen voor het getroffen paard erg naar, de eigenaar heeft er ook een flinke dobber aan. Om verspreiding tegen te gaan worden hygiënemaatregelen geadviseerd, passend bij de specifieke omstandigheden. We stellen deze niet ruimer op dan noodzakelijk. Maar het is wel erg belangrijk dat hetgeen wat moet gebeuren,  zo goed mogelijk wordt uitgevoerd.

Alle gezonde paarden op de stal worden extra in de gaten gehouden. Het temperaturen is erg belangrijk, zowel voor de groep als het individuele paard! We hopen door vroegtijdige ontdekking van koorts het paard eerder apart te kunnen zetten (om verspreiding tegen te gaan) en dat er dan nog de keuze is het dier antibiotica te geven.

 

HET ZIEKTEVERLOOP BIJ DROES

Het paard voelt zich tijdens de ziekte vervelend, maar wordt dus meestal weer helemaal de oude. Echter, nul tot vijf procent van de geïnfecteerde paarden overlijden uiteindelijk aan complicaties van droes. Bij uitzondering kan de abcesdoorbraak naar binnen slaan en leiden tot pus in bloedvaten, hetgeen tot de dood kan leiden. Pus in de luchtpijp leidt mogelijk tot longontsteking. Tevens is zenuwaantasting mogelijk, waarop cornage (stembandverlamming) of problemen met slikken kunnen volgen. Ook kunnen lymfeknopen in de buikholte ontstoken raken (verslagen droes). Als deze doorbreken komt er ontstekingsvocht in de buikholte van het paard. Zetten complicaties echt hard door, dan is het dier niet meer te redden. De Engelstalige naam voor droes is “strangles”. Vroeger was de meest voorkomende complicatie verstikking, doordat de abcessen de luchtwegen kunnen afsluiten. In geval van dreiging hiertoe, kunnen we tegenwoordig in noodgevallen een buisje in de luchtpijp plaatsen.

Bij hogere koorts kan het dier geholpen worden met koortsremmers/pijnstillers. Het is tevens belangrijk dat het paard voldoende vocht binnen blijft krijgen, vooral bij veulens kan dit reden zijn om aanvullende maatregelen te nemen. Breken de abcessen naar buiten open, dan geneest het paard daarna meestal snel en volledig. Het liefst zien we de abcessen zo snel mogelijk rijpen en doorbreken, zodat het risico op het naar binnen slaan voorbij is. Gebruik daarom de voorgeschreven zalf op de voorgeschreven wijze en gebruik hier liever geen andere zelfbedachte smeersels bij, want ze doen in werkelijkheid meer kwaad dan goed.

Lees hieronder ook, wat droes voor het stalmanagement meeneemt. Help het stalmanagement door u strikt aan zijn of haar regels te houden. Help andere stalhouders en eigenaren door uw eigenbelang niet boven het algemeen belang te willen plaatsen.

 

VERDERE VERSPREIDING VAN DROES

Droes is een bacterie en wordt overgebracht via slijmdeeltjes en pus van het paard. Het komt stallen binnen via dragers of bijvoorbeeld via een paard dat van een stal afkomt die blijkbaar eerder besmet was. De bacterie kan ook langere tijd buiten het paard overleven. In vochtige organische milieu's kan de bacterie zes tot acht weken zelfstandig doorleven. Via indirect contact (waterbakken, kleding, emmers, mest, trailers, nat hekwerk enzovoorts) kan dus besmetting plaatsvinden. Preventie van de verspreiding van droes gaat dus altijd gepaard met veel schoonmaken. Droes komt graag in het natte najaar en voorjaar. We zijn daarna extra blij met het aanbreken van zonnige, goed droge perioden.

Mensen zijn gewend aan het idee dat als de ziekteverschijnselen weg zijn, het besmettingsgevaar ook volledig voorbij is. Maar dit is bij droes NIET het geval. Een besmet paard kan 1 tot 2 maanden na herstel de bacterie blijven uitscheiden en vervolgens is de uitgescheiden bacterie dus niet direct dood. Na de ziekteverschijnselen moet het paard nog apart van de groep blijven, gemest worden met aparte mestvork, de eventuele hond en kat en bezoekers altijd uit de buurt gehouden worden enzovoorts. Laat u niet misleiden door de afwezigheid van symptonen en blijf alert op verspreidingsrisico's.

 

 

DROES NIET VERSLEPEN

Uit bovenstaande informatie valt af te leiden dat de aanwezigheid van droes niet altijd direct bekend is. Er lopen immers nogal wat dragers rond en de bacterie kan even in de omgeving overleven. Droes zou zich dus supersnel door en tussen stallen kunnen verspreiden. Toch viel dit op stallen met volwassen paarden in de praktijk altijd erg mee. Nu sociaal contact toeneemt, zijn er in Nederland inmiddels voldoende incidenten die aangeven dat dit beeld echter wel aan het veranderen is. De bacterie vliegt echt niet lang door de lucht, wat influenza wel kan. Echter, in een drinkbak of op een houten balk voelt het zich heerlijk.

Probleem kan zijn dat bij veel mensen de aandacht verslapt, zodra er nergens droes lijkt te zijn. Maar men kan natuurlijk ook niet bij iedere verhoging direct een slot op een stal gooien. Zorg dat je nooit iets meeneemt naar huis. Laat paarden en ponies op wedstrijd bijvoorbeeld niet gezellig "met elkaar neuzen", gebruik altijd een eigen waterbak, zet het paard niet aan een nooit schoongemaakte houten balk om in publieke ruimten op te zadelen, want je weet nu hoe lang een snotje daar soms kan blijven hangen.

Op de stal kan het in overweging genomen worden nieuwe paarden te testen op de aanwezigheid van droes antistoffen. Als deze worden aangetoond kan het paard soms een drager zijn. Dit kan met een luchtzakspoeling definitief vastgesteld worden. 

Natuurlijk is het zo dat als je op een stal staat waar een droesuitbraak is, je niet met paarden moet willen gaan verhuizen naar een andere stal waar louter gezonde paarden staan, tenzij uit testen heel duidelijk blijkt dat het individuele paard niet besmet is.

Is het mogelijk en is er regelmatig instroom, dan is een aparte quarantainebox een goed idee. Let als nieuwe stalhouder goed op. Dragers worden nu zeker nog niet altijd na uitbraak opgespoord en behandeld. Het is jammer maar in de praktijk komt het vaker voor dat een normaal droesvrije stal via instroom van een drager in problemen komt.

 

ENTING TEGEN DROES

Via enting voorkom je geen droes, je drukt de symptomen terug. Tijdens een uitbraak snel gaan enten, geeft geen bescherming omdat de droesenting een enting is zoals vele paardeneigenaren kennen via influenza. Er moet dus eerst een basis opgebouwd worden en dat kost tijd. De droesenting moet vaak herhaald worden en is dus zeker op langere termijn kostbaar.

Het enten tegen droes als maatregel kent specifieke voor- en nadelen, die tegen elkaar afgewogen kunnen worden. Indien u enting overweegt, kunt u contact met ons opnemen zodat wij de mogelijkheden goed voor u op een rijtje kunnen zetten.

Op diverse opfokstallen worden in ieder geval de jonge veulens gevaccineerd, omdat de gevolgschade bij veulens snel groter is, dan bij iets verder opgegroeide paarden.

 

HET OPZOEKEN EN BEHANDELEN VAN DRAGERS MET DROES

Bij stallen met veel onderling contact en veel verkeer of dragers in minder optimale conditie, kan de bacterie een ware nachtmerrie gaan vormen. Naast het uitzitten van uitbraken, is er wel wat te doen om droes te lijf te gaan. Dat is dragerschap heel serieus gaan nemen.

Is het paard niet duidelijk ziek geweest maar is het wel een verdacht paard of is de ziekteperiode 6 maanden voorbij, dan kan om resterende dragers te identificeren, een eerste screening bloedonderzoek zijn, om te zoeken naar gevormde antilichamen tegen de bacterie. Zijn er na 6 maanden geen antilichamen dan is het paard vrij, zijn ze er wel, dan zijn er 2 vervolgmogelijkheden. De eerste is dat de bacterie weer terug is, omdat het paard hem nog recent weer tegengekomen is op stal. De tweede is dat er sprake is van een echt langdurige drager. Er kan dan verder onderzocht worden dmv luchtzakspoelingen. Het is bewezen dat 1 keer luchtzakspoeling betrouwbaarder is dan 3 keer een neusswab nemen.

Een andere optie is sneller te gaan testen, na 6 - 8 weken na de ziekteverschijnselen bij de paarden die apart moesten staan, luchtzakspoelingen te doen om te kijken of het DNA van de bacterie aanwezig is. Dan is het paard met zekerheid vrij van dragerschap, zolang hij natuurlijk niet opnieuw door een ander paard besmet wordt.

Is een groep al langere tijd vrij van droes, dan is dat wel zo prettig. Wees daarom echt voorzichtig met snelle opname van nieuwe paarden, zeker als zij uit een verdachte omgeving komen, wil je het niet zo maar tussen de andere paarden zetten. Vermijd liever eerst even direct contact. Het is het mooiste als deze paarden apart gezet kunnen worden en met een aparte vork gemest worden, nog niet op de poetsplaats enz.

Uiteraard geldt dat niet alle wegen, waarlangs droes op stal kan binnenkomen, hiermee volledig afgesloten zijn. Helaas is dat niet haalbaar. Maar de grote snelweg zoveel mogelijk afsluiten is al beter dan droes een hartelijk welkom geven.

 

MOBIEL LUCHTZAKKEN ONDERZOEK EN MOBIEL LUCHTZAKKEN SPOELEN

 

Het goed en mobiel kunnen onderzoeken van luchtzakken is nog vrij nieuw en er zijn nog niet heel veel paardenartsen die hier ervaring mee hebben. Het paard blijft gewoon op de stallocatie.

Door een besmette luchtzak uitgebreid te spoelen en daarna te controleren of de bacterie echt verdwenen is, kan een drager genezen worden. Dit kan ook, als het paard al langere tijd drager is, mits de "ingedroogde pus stenen" dan niet te groot zijn geworden om weg te spoelen. In dat geval kan alleen operatie nog hulp bieden, maar gelukkig zijn ze slechts zelden zo groot.

 

 

 


 

 

 

In dit zeer uitgebreide filmpje, gemaakt door mevr. van Kesteren, laten we zien hoe we bij het paard op stal, materiaal uit de luchtzak gingen spoelen.  We hebben hier een groepsgewijze aanpak in beeld. We hebben in het filmpje niets ingekort of aangepast, zo krijgt iedereen met interesse een goed idee, hoe we dit in praktijk zijn gaan doen.

Inmiddels hebben we de groepsgewijze luchtzakspoelingen al vaak uitgevoerd en kunnen we zeggen dat paarden het doorgaans veel minder spannend vinden dan de eigenaar.  Ook hebben we veel ervaring met mobiele individuele luchtzakscopie en -spoeling, waarbij we slechts 1 paard per keer kunnen onderzoeken omdat we dan met een speciale scope naar binnnen gaan, die we daarna moeten ontsmetten en laten drogen. 

 

COMMUNICATIEPAKKET BIJ DROES

De praktische omstandigheden zijn overal anders, dit maakt droes nooit helemaal een standaard verhaal. Per stal is het ook verschillend, wat haalbaar is ter voorkoming van onderlinge verspreiding, als er eenmaal een uitbraak is. Per stal is ook de behoefte aan maatregelen sterk verschillend. Bij veel vragen organiseren we veelal een informatieavond, dat werkt erg goed.

 

DE OMVANG VAN UITBRAKEN BEPERKEN VERSUS DRAGERS VERMINDEREN

Ruwweg zijn er voor preventie dus twee lijnen. De omvang van uitbraken willen we beperken om minder zieke paarden en uiteindelijk ook minder dragers te ontwikkelen. Dat is dus preventief. Daarnaast is er meer actieve preventievorm, dragers op sporen en schoonmaken. De kracht die op preventie ingezet wordt, is nu zeker niet overal hetzelfde. Dat is heel logisch, immers de kracht bij uitbraken is niet overal hetzelfde. Zo is het thans een kwestie van stalbeleid. Stalbeleid is soms snel te formuleren en soms is dat wat lastiger, zeker als er verschillende eigenaren zijn. Uiteraard geldt dat wij alleen een paard onderzoeken of behandelen, als wij opdracht ontvingen van de eigenaar van het paard.