Close Menu
Spoed? Bel 06 55 37 00 00 Op spoednummer geen APP/SMS (doorgeschakeld)
Geen spoed? Bel dan tijdens spreekuur
Ma t/m vr van 8.00 - 9.00 uur: 0252-534340

Richtlijnen voeding

 

VOEDINGSCONSULENT PAARD

Goed voeren is belangrijk voor gezondheid, zeker bij probleemgevoelige paarden kan voer een doorslaggevende factor worden. Om goede adviezen te kunnen geven volgt Hendrike  bijvoorbeeld alle modules van de cursus Voedingsconsulent Paard bij paardenvoedingsspecialiste Anneke Hallebeek. Alhoewel veel mensen zichzelf voedingsspecialist noemen, is Anneke dan de enige die daadwerkelijk artsspecialist veterinaire voeding is.

 

VOEDING VOOR GEZONDE PAARDEN EN PAARDEN MET PROBLEMEN

Tijdens cursussen gingen we de diepte in over voeding voor gezonde paarden. Een onvolledig, overdadig of onjuist rantsoen kan echter ook leiden tot veel verschillende problemen zoals vermagering, obesitas, hoefbevangenheid, koliek, diarree, maagzweren, gedragsproblemen enz. Verder gerichtere modules gaan natuurlijk over paarden met problemen, voeding willen we op goede wijze in de totaalaanpak verwerken. 

 

GEEN ZELF VERZONNEN ADVIEZEN

Het is een feit dat een voedingsadvies per situatie (basis ruwvoer, beweging enz) en per paard (gevoeligheden, huidige conditie, type paard enz) behoorlijk verschillend kan zijn. Ook is het helaas een feit dat er op internet veel onzin staat over paardenvoeding. Onze nederlandse weilanden bevatten qua voedingswaarden zeker geen omheinde weergave van de situatie in de echte natuur. Het is eerder op alle fronten totaal onvergelijkbaar. Juist mensen die geen specialist in paardenvoeding zijn, zijn in staat met veel stelligheid de verkeerde en soms bizarre adviezen te bedenken, zeggen dat ieder paard op onbeperkt hooi kan, boerenkool bij voeren, enz. Wij zien toch dat veel te dikke of dunne paarden, echt sneller in serieuze problemen belanden, boerenkool bij paarden geeft snel koliek enz. Adviezen zijn met goede bedoelingen gegeven, maar onthou aub dat een mens is geen paard is en dus een paard geen mens.

 

WAAR WE OP BIJ MOETEN STUREN

Of een paard een tekort heeft, kan je helaas veelal pas in het bloed zien als het heel veel te kort is. Tot die tijd zijn metingen beperkt handig. Wat we natuurlijk altijd kunnen doen, is monitoren dat er een afgewogen samenstelling naar binnen gaat, waarbij het een niet het ander afbreekt. In bepaalde ziekte situaties kunnen we deze samenstelling wijzigen. Lange tijd goed voeren lost heel veel op, mits het paard de voeding ook goed kan op nemen en echt voldoende beweging krijgt.

 

ALGEMENE RICHTLIJNEN VOEDING PAARD

Een compleet en op het paard aangepast rantsoen samen te stellen is in werkelijkheid helemaal niet zo makkelijk als het in eerste instantie lijkt. Het hoofddoel van het rantsoen is dat het paard of pony er voldoende energie uit kan halen, daarnaast moet het rantsoen ook aan de andere behoefte van het paard of pony voldoen zoals vezels, eiwitten, vetten, suikers, vitamine en mineralen geven.

 

Een gezond paard met gezonde slokdarm die meer gewoon is dan alleen zacht gras, kun je best een lekkere worteltaart voor verzinnen. Maar de basis van al het goede in voer blijft gras of gedroogd gras. De moderne tijd waarin we leven, heeft niet alleen nadelen voor het paard maar zeker ook voordelen. Als uitgangspunt of bij twijfel aan de kwaliteit kunnen we het laten analyseren en kunnen we vervolgens vrij goed benaderen wat we moeten toevoegen. Zo krijgen we vuistregels om een start te maken. Hier volgen deze vuistregels nog een keer.

 

GOED RUWVOER VEEL SPEEKSEL EN GEZOND VOOR DARMEN

Ruwvoer is de basis voor ieder paardenrantsoen. Het paard moet het overgrote deel van zijn benodigde energie uit ruwvoer halen. Ruwvoer is van groot belang omdat het vezels bevat, deze stimuleren de darm peristaltiek en darmflora. Daarnaast moet een paard veel kauwen op ruwvoer wat leidt tot speekselvorming. Een paard maakt veel meer maagzuur aan dan een mens en veel constanter, speeksel heeft een bufferende werking op maagzuur en het beschermt daardoor de maag tegen maagzweren.

 

HET GAAT OM DE DROGE STOF

Een goede vraag is dus hoeveel ruwvoer een paard nodig heeft. Als vuistregel wordt aangehouden dat een paard of pony minimaal 1kg droge stof per 100kg lichaamsgewicht aan ruwvoer nodig heeft. Bij het berekenen van het rantsoen is het van belang om rekening te houden met de droge stof (afgekort ds) gehaltes van met name ruwvoeders. Het gewicht in droge stof is het gewicht van het verse (natte) product wat ontdaan is van vocht. Hooi heeft een droge stof gehalte van meer dan 80%, dat betekend dat 1kg hooi met 80% ds eigenlijk 0,8kg droge stof is. Kuilgras heeft een droge stof gehalte variërend van 30 tot 55%, dat wil zeggen dat 1kg kuilgras met een ds gehalte van 50% eigenlijk maar 0,5kg droge stof is. Het is van groot belang om hier rekening mee te houden aangezien de voedingstoffen in de droge stof zitten. Dat betekend dat een paard of pony dus meer kilogrammen kuil nodig heeft dan hooi omdat dit laatste veel minder vocht bevat. Overigens is ruwvoer makkelijk te wegen in een mand of zak met een urnster of een weegschaal voor mensen.

 

HET SPEEKSELEN VERSPREIDEN

De tweede vuistregel is dat een paard of pony over de gehele dag verspreid moet kunnen eten, het is raadzaam om te streven naar periodes van 6 uur en echt niet langer dan 8 uur zonder aanvoer van nieuw eten. Tijdens periodes zonder eten wordt er namelijk weinig speeksel geproduceerd en op iets langere termijn is dat een risico voor het vormen van maagzweren. Daarnaast kan niet eten, je vervelen, het ontwikkelen van stalondeugden in de hand werken.

 

LANGZAME MAAGLEDIGING: BEPERKT KRACHTVOER VOOR GEZONDE BACTERIEFLORA DIKKE DARM

De derde vuistregel is dat een paard niet meer dan 2kg krachtvoer per voerbeurt mag krijgen, pony’s mogen niet meer dan 1kg per voerbeurt. Dit heeft te maken met de langzame maaglediging van krachtvoer, meeste krachtvoerders hebben een hoog droge stof gehalte en daarom duurt het relatief lang voordat de maag het doorsluist naar de dunne darm. Veel krachtvoeders zijn relatief rijk aan suikers (koolhydraten of zetmeel), in de dunne darm worden de makkelijk verteerbare koolhydraten opgenomen. Als er echter te veel krachtvoer in één keer opgenomen wordt en de dunne darm niet in staat is om alle makkelijk verteerbare koolhydraten op te nemen, komen deze koolhydraten in de dikke darm terecht. In dikke darm kunnen ze de bacterieflora verstoren met als gevolg koliek, diarree of hoefbevangenheid. Daarnaast zorgen grote hoeveelheden aan koolhydraatrijke krachtvoeders voor insuline pieken wat met name bij insuline resistente paarden kan leiden tot hoefbevangenheid.

 

WEDEROM KRACHTVOER BEPERKEN

De vierde en laatste vuistregel slaat eigenlijk terug op de eerste vuistregel en luidt dat je een paard of pony nooit meer kilogrammen krachtvoer dan ruwvoer mag geven. Dit komt omdat krachtvoer weinig vezels bevat en juist veel zetmeel en suiker. Dit komt de dikke darm flora niet ten goede met als gevolg een verteringsstoornis die kan leiden koliek, diarree of bevangenheid.

Zoals al eerder vermeld is ruwvoer de basis van het rantsoen en kan dit naar behoefte verder aangevuld worden met andere voedingsmiddelen. Het is verstandig een paard minimaal 1kg ds ruwvoer per 100kg lichaamsgewicht te voeren, er wordt als vuistregel ook wel aangehouden dat een paard 1,5kg ds ruwvoer van goede kwaliteit nodig heeft om aan zijn onderhoudsbehoefte te voldoen. Als het paard veel arbeid verricht zal het daarboven op dus nog extra voer moeten krijgen.

 

GEZOND RUWVOER

De meest gebruikte ruwvoeders in Nederland zijn hooi en (voordroog)kuil. Hooi heeft een droge stof gehalte van 80-85% of meer en bederft niet omdat bacteriën vocht nodig hebben om te groeien. Als het hooi nog teveel vocht bevat kan het gaan broeien, dat gaat gepaard met verlies van voedingsstoffen (met name eiwitten en vitamines) en daarna kunnen schimmels toeslaan wat leidt tot de vorming van schimmelsporen en stof. Hooi dient dus kurkdroog van het land gehaald te worden en daarna droog opgeslagen te worden. Kuilgras heeft een droge stof gehalte van 30-60% en hoeft dus minder lang op het land te blijven liggen. Door het vervolgens luchtdicht in te pakken ontstaat er een gunstig milieu voor melkzuur vormende bacteriën, het gevormde melkzuur remt uiteindelijk de bacteriegroei en zorgt voor een goede conservering van het gras. Als er echter gaatjes in het plastic zitten dan is de kans groot dat er schimmels gaan groeien welke leiden tot bederf van de baal. Als het gras heel nat is op het moment dat het ingepakt wordt kan het door boterzuur vormende bacteriën heel erg zuur worden. Als het juist heel droog is, vaak spreekt men dan van voordroogkuil, met een droge stof gehalte van 60-80% is er juist weinig melkzuurvorming wat de conservering niet te goede komt met als risico broei en schimmel vorming.

 

VOEDINGSWAARDEN IN GRAS

Overigens zijn zowel hooi, voordroogkuil als kuil (mits niet te zuur) prima ruwvoeders voor paarden en zal de keus voor één van deze ruwvoeders per paard en situatie verschillen. Ook zit er over het algemeen weinig verschil in de voedingswaarde van de verschillende types ruwvoer per kilogram droge stof, het droge stof gehalte verschilt uiteraard wel.

De voedingswaarde van ruwvoer is niet zo zeer afhankelijk van de manier van conserveren maar grotendeels afhankelijk van het gras zelf. Denk aan bodemsoort, bemesting, type gras, tijdstip maaien enz. Jong gras heeft over het algemeen een hogere voedingswaarde maar bevat vaak minder vezels in vergelijking met oud gras. Hooi of kuil gemaakt van ouder gras is vaak veel stengeliger en prikt als het ware in je handpalm. Die stengels bevatten veel vezels, meestal in de vorm van lignine. Dit is echter onverteerbaar en dat is een van de redenen ouder gras een lagere voedingswaarde heeft. Hooi hoeft dus helemaal niet armer te zijn dan kuil qua energie en voedingswaarden. Naast de hierboven beschreven ruwvoeders is vers gras natuurlijk ook een prima ruwvoer. De voedingswaarden van gras kunnen echter behoorlijk verschillen zoals al aangegeven.

 

GRAZEN

Aangeraden wordt om paarden of pony’s te laten grazen op een wei met gras langer dan 5cm. Dit is vooral om te voorkomen dat ze zand binnen krijgen. Als vuistregel wordt aangehouden dat een paard op een wei met gras van minimaal 5cm in 7 uur voldoende kan eten om de hele dag op te teren in rust. Bij het laten grazen is het ook van belang om te onthouden dat planten overdag in de zon suikers produceren en deze ’s nachts omzetten in oa. eiwitten. Het gras bevat eind van de middag dus veel suikers. Als het overdag zonnig is en de nacht daarna koud, dan vind deze omzetting niet of nauwelijks plaats en zal het gras veel suikers (waaronder fructanen) bevatten in de ochtend. Daarom is het vooral voor insulineresistente paarden en pony’s van belang om ze na een zonnige dag en koude nacht bijv. pas aan het eind van de ochtend op het land te zetten.

 

BEMESTING

De bemesting is van groot belang, gras dat weinig bemest (met stikstof) is vaak eiwitarm vanwege een gebrek aan stikstof en bevat meestal relatief veel suiker. Bij gras dat ‘gestrest’ is door een tekort aan bemesting, het tekort afgegraasd is of droogte wordt ook veel fructaan gevormd.

 

FRUCTAAN

Fructaan is een moeilijk verteerbaar koolhydraat, wordt niet afgebroken in de dunne darm maar wel door bacteriën gefermenteerd in de dikke darm. Grote hoeveelheden fructaan kunnen leiden tot een verstoring van de darmflora met het risico op koliek, diarree en hoefbevangenheid. De hoeveelheid fructaan in het gras is ook sterk afhankelijk van het weer. Er is een fructaanmeter die per regio globaal aangeeft hoeveel fructaan het gras kan bevatten. Wel is het belangrijk te realiseren dat er dus nog andere factoren van invloed zijn dan alleen de temperatuurswisselingen.

 

CONCRETE VOEDINGSADVIEZEN

Voor paarden die geen tot weinig werk verrichten volstaat een rantsoen van 1,5kg ruwvoer ds per 100kg lichaamsgewicht aangevuld met wat vitamines. Voor een paard van 600kg zou dit neerkomen op 9kg droge stof, als het hooi een droge stof gehalte heeft van 90% is dat 9/0.90 = 10kg hooi. Voor voordroogkuil met een droge stof gehalte van 75% is dat 9/0.75 = 12kg voordroog. Deze hoeveelheden zijn uiteraard afhankelijk van kwaliteit en voedingswaarden van het ruwvoer.

 

TESTEN RUWVOER

Gelukkig zijn we niet volledig aan de weergoden overgeleverd, waar het tegenwoordig analyses van voer betreft. Bij iedere vorm van twijfel is het zeer verstandig het ruwvoer te laten analyseren. Dit is ook de beste basis voor een vervolgadvies.

De vitamines en mineralen zijn het beste aan te vullen met Pavo Vital complete en Marstall Force. Wij hebben geen bijzondere banden met deze merken en verkopen dit voer ook niet. Wel weten we dat dit brokken zijn met hoge concentraties vitamines waardoor er maar kleine hoeveelheden gegeven hoeven worden om ruimschoots te voorzien in de vitamine en mineralenbehoefte.

De meeste krachtvoeders bevatten relatief weinig vitamines, vaak moet 2-3kg krachtvoer gegeven worden om te voldoen aan de vitamine behoefte. Voor paarden die veel en of zwaar werk verrichten kan het bovenstaande rantsoen aangevuld worden met nog meer ruwvoer. Paarden kunnen echter niet een onbeperkte hoeveelheid ruwvoer eten dus meestal moet het rantsoen aangevuld worden met een meer geconcentreerde energiebron, namelijk krachtvoer. Probeer dan te kiezen voor een krachtvoer dat niet al te rijk is een suikers en veel eiwitten en vetten bevat. Paarden die moeilijk op gewicht te krijgen zijn, ook oudere paarden, kunnen het beste gevoerd worden met een rijk ruwvoeder of gras, aangevuld met senioren voer en eventueel Pavo vital of Marstall Force. Meeste senioren voeders bevatten redelijk veel vezels, eiwitten en vetten. Verder kan het rantsoen van magere paarden ook met olie aangevuld worden, meestal volstaat 100-200ml per dag. Vet is namelijk een goede en geconcentreerde energie bron zonder het risico op fermentatiestoornissen. Veel olie kan wel ten koste gaan van de smaak van het voer. Omdat olie veel onverzadigde vetzuren bevat moeten ook extra anti-oxidanten toegevoegd worden, per 100ml olie wordt aangeraden om 100-125 IE vitamine E extra te geven. Vitamine E is bij ons als supplement te verkrijgen en zit ook redelijk geconcentreerd in Pavo Vital complete.

 

OVERGEWICHT

Voor paarden en pony’s met overgewicht moet een rantsoen samen gesteld worden op basis van het streefgewicht en niet het werkelijk gewicht. Het daadwerkelijke gewicht kan geschat worden door de borstomtrek te meten, zie hiervoor: gewicht meten. Elke week dient het gewicht gemeten te worden, hou de gewichten op datum bij in een boekje of ed. Een verandering in gewicht van 5-10% in 3 maanden tijd is significant, als er in 6 weken geen verbetering wordt geboekt moet het rantsoen bijgesteld worden.

Het rantsoen moet bestaan uit 1,5kg ds ruwvoer per 100kg lichaamsgewicht (LG) en aangevuld worden met vitamines door bijvoorbeeld Pavo Vital complete. Als er met een rantsoen van 1,5kg ds per 100 kg LG onvoldoende resultaat meetbaar is na 6 weken dan moet dit verlaagd worden naar 1,25 kg ds per 100 kg LG. Het is van groot belang om het voer goed af te wegen met behulp van een urnster of een weegschaal zodat de hoeveelheden kloppen. Voor elk uur dat het paard weidegang heeft moet het ruwvoer met 0,2kg ds per 100kg LG verminderd worden. Dus als het paard of pony 4 uur weidegang krijgt mag het nog 1,5 – (4x0,2) = 0,7 kg ds per 100kg LG aan ruwvoer krijgen. Een handige manier om te dikke paarden en pony’s toch in de wei te zetten zonder dat ze al te veel kunnen eten is door ze een graasmasker om te doen.  Hiermee verminderd de voeropname 50-80% en kunnen ze zodoende toch wel wat gras eten en lekker op de wei lopen. Een nadeel kan bij sommige paarden zijn dat met meerdere paarden in de wei, een paard met graasmasker zich minder makkelijk kan verdedigen. Wat welzijnsbevorderend is, kan soms om afwegingen vragen.  

 

SLOWFEED

Op stal kan het voer over meerdere voerbeurten (3 á 4) verdeeld worden om verveling tegen gaan. Verder kunnen slowfeeders uitstekend werken om het eten te vertragen, maar let op dat het wel veilig is (uitstekende delen). In de stal kan ook gebruik gemaakt worden van een hooinet om de voederopname te vertragen. Als het hooinet in het midden van de stal hangt is het moeilijker deze leeg te eten dan wanneer deze tegen een muur aan hangt. Een andere manier om de voeropname te vertragen is door stro door het hooi te mengen, meeste paarden gaan dan eerst het hooi er tussen uit zoeken. Op de website van voervergelijk.nl staat ook veel informatie over het voeren van paarden in de kennisbank en daar is ook informatie te vinden over alle ruwvoeders.

Bent u met uw paard bij ons aangesloten, dan kunt u verdere vragen natuurlijk altijd nog aan de paardenartsen stellen op het spreekuur.