Close Menu
Spoed? Bel 06 55 37 00 00 Op spoednummer geen APP/SMS (doorgeschakeld)
Geen spoed? Bel dan tijdens spreekuur
Ma t/m vr van 8.00 - 9.00 uur: 0252-534340

Soorten peesblessures

 

APPELS EN PEREN

Per paard kan de aanpak van een peesblessure behoorlijk kan verschillen. De aanpak hangt af van de plaats en ernst van de blessure.

Op sommige plaatsen in het been zien we vaak blessures ontstaan, maar problemen kunnen ook op minder vaak voorkomende plekken gaan zitten. Vervolgens zijn er weer veel gradaties in mogelijke schade, die weer sterke invloed hebben op de prognoses en aanpak. De term peesaandoening is een breed begrip.

 

TYPE PEESBLESSURE ?

Een pees is een spier-bot verbinding. Een ligament is een bot naar bot-verbinding. Zij zorgen ervoor dat de botten ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, binnen de bewegingsmarge die is neergelegd in het exacte ontwerp van de gewrichten.

 


Er is nagenoeg geen verschil tussen ligament en peesweefsel. Maar toch kunnen blessures hier verschillend zijn. Breekt een oppervlakkig stuk bot af als gevolg van een te grote trekkracht aan het ligament, dan kan dat vaak gewoon weer genezen, eventueel na operatie. Bot geneest relatief snel en goed. Dit in tegenstelling tot ligament/peesweefsel. Hier duurt het herstel veel langer en zijn operaties meestal niet zinvol.

 

STIJFHEID VAN DE PEES
 

De pezen van de benen zijn klassiek onderverdeeld in twee groepen. Dit zijn de flexor (buigpees) en extensor (strekpees).

 

 

De lange teenstrekker reist over de gehele lengte van het been en zit vast aan het hoefbeen. Het is in vergelijking tot de pezen aan de andere kant (flexor tendons) een hele stijve pees. Zou de strekpees volledig door de helft gaan, dan zal dit gewoon nog kunnen gaan genezen. Dit is bij een buigpees (flexor tendon) zeker niet het geval.

 

DE FLEXOR GROEP

Functie van de flexor groep is het buigen van de benen en het opvangen van de krachten uitgeoefend op de been in beweging. Deze pezen zijn daarvoor veel meer elastisch maar krijgen ook zwaardere krachten te verwerken. Zeker de oppervlakkige buiger werkt al snel heel dicht bij het limiet van zijn kunnen en is daardoor gevoelig voor beschadigingen.

De drie belangrijkste pezen hier zijn:

Oppervlakkige (superficial) buiger: splits zich onder de kogel en hecht zich vast aan twee kanten van het kroonbeen.

Diepe buiger: loopt in een streng naar beneden en hecht zich aan het hoefbeen. De diepe buiger loopt over het straalbeen heen.

Tussenpees: splitst zich op de kogel (sesambeentjes) en gaat aan twee kanten via de verbindingspezen naar de strekpees.

 

LIGAMENTEN

Aan pezen zitten ligamenten. Een bekende is het zogenaamde "check" ligament. Het is een band die ondersteuning geeft aan en versmelt met de diepe buigpees, deze geeft dus extra steun. Het loopt van de achterzijde van de voorknie naar onderen en versmelt boven de kogel met de diepe buiger, maar er zijn nog veel meer ligamenten.  Ligamenten zelf zijn ook onderhevig aan letsel.

 

PEESSCHEDE

Een peesschede is een omhulsel dat de pees omringt, op plaatsen waar de pezen over bot heenglijden.  Binnen de schede wordt een kleine hoeveelheid van een stroperige vloeistof geproduceerd (synovia), dit dient als "smeermiddel" in gebieden waar de pees glijdt. Ze zitten op verschillende plaatsen. Een peesschede kan onstoken raken.

We gaan niet alle verdere bandjes benoemen, want dan schieten we het doel voorbij, de uitleg dat het woord „peesblessure” een heel breed begrip is en behandeling dus niet altijd hetzelfde.