Informatie rhino
Kennisbank artikel
Wat betekent het rhino-virus bij paarden ?
Wat is rhino?
Rhino is in basis een virusinfectie welke regelmatig verkoudsheidsklachten aan paarden geeft, maar helaas zijn hier verschillende varianten, waarvan enkele ook zeer zware complicaties kunnen gaan geven. Deze varianten maken rhino bij paarden, terecht een gevreesd virus.
Als er een rhino uitbraak in nare variant op stal is, is het belangrijk dat iedereen weet wat het is, wat het doet en welke zorgmaatregelen er getroffen kunnen worden.
Op deze pagina leggen we dat verder uit.
Welke varianten heeft het rhino virus?
Het rhinovirus kan in verschillende varianten komen.
EHV1 en 4 zijn het meest belangrijk voor het paard.
EHV 4 slaat meestal alleen op de luchtwegen en is zeer regelmatig aanwezig op stallen. Heel af en toe kan deze abortus geven. De variant EHV 1 geeft een veel hogere kans op abortus en neurologische problemen.
Men vermoedt dat er nog agressieve en minder agressieve subvormen bestaan, wat dan zou gaan verklaren dat het verder verloop van neurologisch rhino op stallen, steeds weer net even anders kan zijn. Dit maakt de ernst van de gevolgen van een besmetting op voorhand helaas onvoorspelbaar.
Wat zijn de symptomen van rhino?
De meeste paarden komen dus regelmatig met rhino (Equine Herpes Virus) in contact.
Meestal is dit ongevaarlijk, maar helaas niet altijd. Dit maakt dat rhino in zijn totaliteit, een ernstige aandoening vormt.
- De relatief onschuldige verkoudheidsvorm. Deze komt vooral bij jonge paarden regelmatig voor. Symptomen zijn bijvoorbeeld hoesten, koorts, een snotneus en/of dikke benen. Meestal blijft het bij een mild verlopende infectie. Soms komt hier bronchitis bij of longontsteking. Dit zijn complicaties bij het virus, waarbij behandeling belangrijk is.
- De abortusvorm. Daarbij gaan drachtige merries hun veulen verliezen of een veulen wordt zo slap geboren, dat het binnen een week gaat overlijden. Op een stal met meerdere drachtige merries kan men helaas meemaken dat meerdere merries gaan aborteren.
- Neurologisch rhino. Het virus kan worden getransporteerd naar het ruggenmerg: dan worden we geconfronteerd met de neurologische vorm van rhino. Symptomen van de neurologische vorm zijn meestal een slappere staart en ataxie (¨het paard lijkt dronken¨). De verlammingsverschijnselen kunnen helaas tot blijvende schade en tot sterfte leiden.
Hoe kan rhino gaan overstappen?
Het virus is dus in oorsprong redelijk onschuldig maar zit in het bloed en kan door een nog niet opgehelderd mechanisme overstappen op de zogenaamde endotheelcellen, deze vormen de binnenbekleding van de bloedvaten. Het virus veroorzaakt dan vaatwandschade. Er ontstaan stolseltjes, die het bloedvat kunnen blokkeren, waardoor het door dit bloedvat te verzorgen weefsel in de directe nabijheid niet meer van zuurstof en nutrienten wordt voorzien. Er ontstaat een klein infarct. Als meer infarcten optreden, of als ze op essentiele plaatsen zitten, zullen we klinische verschijnselen zien zoals verzwakking of functie-uitval.
Als het virus zich nestelt in de baarmoeder ontstaat er een vaatontsteking in de binnenste laag van de baarmoederwand en worden de placenta (moederkoek) en de vrucht afgestoten. Er volgt dan een abortus.
Als het virus zich nestelt in het zenuwweefsel van ruggenmerg of hersenen ontstaat ook daar een vaatontsteking die kan leiden tot kleine stolseltjes op allerlei plaatsen in het ruggenmerg (myelopathie) en/of in de hersenen (encephalopathie). Daardoor kan het zieke paard opeens allerlei zenuwproblemen gaan vertonen en ontstaat schade.
Hoe raken paarden besmet met het rhino virus?
De meeste paarden lopen het al jong op en eenmaal besmet blijft het paard vaak zijn hele leven drager. Zo kan het bijvoorbeeld bij hoge stress of pijn, opeens weer koorts, luchtwegklachten enz krijgen. En helaas dan ook weer andere paarden besmetten. Omdat we geen dragers kunnen behandelen (zoals we bij droes dat wel kunnen), de vaccinatiegraad laag is en vaccinatie helaas ook nog niet volledig waterdicht beschermd, blijft de sector ieder jaar wel weer last houden van EHV1-rhino uitbraken.
Omdat rhino zich, -mede dankzij het feit dat eigenaren doorgaans direct bij bekendheid de stallen volledig sluiten – gelukkig vaak niet kan verspreiden tussen verschillende stallocaties, zijn dat bijna altijd typische “locatie-uitbraken”. Soms als er gereisd wordt met paard die nog niet ziek is maar wel actief virus mee brengt en overdracht door indirect contact verspreid het iets verder, maar meestal blijft het stalgerelateerd. Het spreekt voor zich dat je nooit moet gaan reizen met een paard met koorts! Iets verder stalgerelateerd zijn, is namelijk al vervelend genoeg, want een besmetting met rhino is een spannende periode, waarbij niemand goed kan voorspellen wat er exact gebeuren gaat. Er is best veel bekend over EHV-1 maar het is van te voren nooit exact duidelijk hoe agressief het gaat uitpakken.
Vermoeden activiteit rhino ?
Bij een verdenking van de abortusvariant of signalen van neurologisch rhino, is het natuurlijk het beste, daar al vast gelijk naar te gaan handelen, al voor er duidelijke uitslag via de test is.
Neem iedere abortus gelijk heel serieus. Doe het veulen en de placenta altijd zo snel mogelijk in dubbele lekdichte plastic zakken verpakt worden. Let er gelijk goed op, dat de stal en merrie een zwaar besmette omgeving kan zijn! Dus let heel goed op materiaal, kleding, zodra u de box verlaat zakjes om de schoenen enz. Neem contact met het spoednummer op, zodat we samen alles even goed kunnen door nemen.
Testen op aanwezigheid rhino virus
Zijn er symptomen, dan is een test voor vaststelling van rhino gelukkig vrij eenvoudig te maken.
Het virus is allereerst direct aantoonbaar door o.a. bloed- en slijmtesten. Relevante monsters:
- Neusswabs
- EDTA-bloedmonster
- Longaspiratiebiopt veulen
- Vaginaalswab merrie
Een complicerende factor bij ziektebestrijding is dat de verschijnselen van de gevreesde neurologische vorm, zich pas binnen 1 tot 14 dagen na de koortstfase voor doen. Het virus zit dan mogelijk niet meer in het bloed maar op specifieke plaatsen in het ruggenmerg. Zo kan het paard wel de ziekte hebben, maar kunnen de testen een vals-negatieve uitslag hebben. Indirect, via de afweer, is het virus aantoonbaar door bloed in koorts- of beginfase te vergelijken met bloed 14 dagen erna. Is er een forse stijging in de afweer tegen het virus, dan is er bewijs dat het virus daadwerkelijk aanwezig was.
Invloed omvang rhino
Rhino in de milde verkoudheidsvorm is er vaak. Hoe vaak weten we niet exact, omdat men dan natuurlijk niet alle testen gaat uitvoeren. De agressieve varianten van rhino, de neurologische en abortusvariant, zijn er gelukkig veel minder vaak. Toch zijn er ieder jaar wel enkele uitbraken met de abortusvariant en neurologische variant, over het land verspreid. Deze varianten kunnen dus erg vervelend zijn. De abortusvariant betekent verlies van een veulen of meerdere veulens. Maar is er sterk verhoogde kans op het kunnen gaan verschijnen van de neurologische variant. De neurologische variant kan te serieuze, blijvende schade aan alle typen paarden geven, zowel jong als oud. Daarbij geldt gemiddeld dat de ene uitbraak groter uitpakt dan de andere. Deze variantie in omvang komt omdat er dus verschillende stammen zijn, maar ook omdat er factoren zijn zoals de ontstane infectiedruk, -wel of niet veel herbesmetting-, de snelheid waarmee isolatie van paarden kon plaatsvinden, de exacte situatie van houden enzovoorts.
Er zijn dus echt veel oorzaken, die verschillen kunnen gaan geven in de omvang van uitbraken.
Alertheid op gezondheidsklachten
Allereerst is het goed al iedereen alert is op het feit dat je een paard met koorts liever nooit zonder overleg met de plaats van bestemming, gaat reizen met een paard. Ook niet zo maar naar een kliniek! Onthou altijd dat koorts echt onschuldig kan zijn, maar het is ook een eerste signaal dat er neurologisch rhino kan zijn of een andere besmettelijke ziekte voor paarden. Neurologisch rhino kan grote gevolgen voor paarden hebben en veel verdriet brengen. Daarom is het belangrijk paarden met koorts niet zo maar te gaan verhuizen.
Is er rhino, dan zien we in het algemeen dat goede ventilatie in de stallen, heel belangrijk is. Zo zijn er gevallen bekend van slecht geventileerde binnenstallen, waar neurologisch rhino erg snel over veel paarden heen sloeg, omdat de virusdruk in een slecht geventileerde stal echt veel hoger kan worden. Slechte ventilatie geeft ook veel stof. Gelijkertijd is het killing als paarden van verschillende stallen met elkaar staan te neuzen. Want dan kan het harder doorslaan.
Zodra er vermoeden is dat er uitbraak aanwezig is, moet een stal worden gesloten om zo verspreiding naar andere stallen tegen te gaan. Vervolgens zal iedereen zich moeten houden aan de maatregelen die genomen worden, om te proberen verdere verspreiding tegen te gaan.
Er zijn tegenwoordig dierenliefhebbers die heel hard roepen dat natuur, alle paarden in een grote groep samen en altijd buiten het totale ideaal is. Heel romantisch bedacht, maar het is slechts een mening. Alle neuzen bij elkaar, is bij problemen ook echt bij elkaar! Gezondheid is de reden, dat altijd passende groepjes maken, voor paarden al heel snel vaker iets beter werkt.
Verspreiding bij uitbraak tegenwerken
DRIE GROEPEN
Waar mogelijk gaat men bij neurologisch rhino uitbraak het liefste duidelijk onderscheid maken tussen de groepen paarden.
DE GROENE GROEP
Gezonde paarden geen symptomen hebben en hoogstwaarschijnlijk geen virus uit scheiden.
DE ORANJE GROEP
Gezonde paarden, die contactpaard waren van een ziek geworden paard en dus relatief snel kunnen gaan starten met virus uitscheiden. De incubatietijd (ontwikkeling koorts en klachten) is twee weken.
De “verdachte” paarden (bijvoorbeeld paarden die in contact zijn geweest met geïnfecteerde paarden) kan men dan tweemaal daags temperaturen en direct overplaatsen als er koorts begint.
DE RODE GROEP
Paarden met symptomen. Advies is 4 weken isolatie van paarden die koorts of verschijnselen hebben gehad, omdat deze virus uitscheiden. De 4 weken gaan pas in NA de laatste koorts en luchtwegverschijnselen.
Zo zien we in praktijk nu dus ook, dat de omvang van een paardenbedrijf, helemaal niet veelzeggend is, over de mogelijke relatieve uitbreidingskracht.
Als het bovenstaande niet mogelijk is, wil je in ieder geval de afdeling waarin de diagnose gesteld is, als het kan echt zoveel mogelijk geheel gescheiden behandelen van de rest van het bedrijf. Ga direct voorkomen dat paarden van afdelingen nog ergens direct neus-aan-neus-contact kunnen hebben, als dit natuurlijk mogelijk is. In de bedrijfsvoering ga je natuurlijk eerst de (nog) niet besmette paarden verzorgen (met de schone kleding aan) en pas als laatste de EHV-1 positieve paarden. Verzorgers van verdachte paarden leg je heel nadrukkelijk uit dat heen en weer lopen tussen de verschillende groepen paarden op een bedrijf niet meer mag. Ook niet per ongeluk. Onthou dat virus aan schoenen en kleding kan kleven en overleven. Reiniging en omkleding na contactmomenten met serieus verdachte paarden, is dus erg belangrijk.
Hoe werk je indirecte besmettingen met rhino tegen?
Het werken met groepen groen, oranje en rood, is de eerste maatregel. Vervolgens is de communicatie over de besmettingsrisico’s erg belangrijk. Bij vermoeden of wetenschap dat er rhino is, is heel hard poetsen ook belangrijk. Herbesmetting kan ook indirect plaatsvinden via achterblijvend virus in een stal, een trailer, de paddock, op kleding, tuigage, emmers enzovoorts. Het is namelijk aangetoond dat dit virus buiten het paardenlichaam nog vele uren kan overleven, in natte omstandigheden langer dan in warme (droog). Als het heel droog is, neemt men aan dat het binnen een dag dood is. Maar op een vochtige vloer of tussen de natte mestballen, kan het veel langer aanwezig blijven.
De volgende tips gelden voor een correcte reiniging en desinfectie in het kader van herpesvirussen:
– Alle bodembedekking verwijderen en zo snel mogelijk van het bedrijf afvoeren. Is dit echt niet mogelijk, dan volledig afdekken, zorg dat er ook geen ongedierte door heen kan wandelen.
– Bodem en muren en voerbakken en drinkbakken (!!!!) schrobben met een borstel en water en zeep (geen hogedrukspuit gebruiken voor het schoonmaken, omdat het virus zich dan via kleine waterdruppeltjes in de lucht kan verspreiden en dan ligt het dus gelijk op nog meer plaatsen.)
– Vervolgens Halamid® in de voorgeschreven concentratie er over heen en laten in werken (half uurtje)
– Daarna goed afspoelen met water en alles laten op drogen. Drinkbakken echt langere tijd (vochtig!!) helemaal laten uitdrogen, want zij vormen een ware “haard” voor herbesmettingen.
Is er een therapie voor neurologisch besmette paarden?
In het geval van de neurologische-vorm is er geen therapie, om het virus te stoppen. Wel is het mogelijk de schade proberen te remmen, natuurlijk gaat dit via antistolling en eventueel virusremmers. Paarden met de neurologische-vorm hebben intensieve verpleging nodig, een goede verzorging kan de kans op gedeeltelijk of volledig herstel soms echt nog aanzienlijk verhogen. De verpleging vindt altijd plaats op de stallocatie van het paard, het is onverstandig zieke paarden alsnog te verplaatsen. De belangrijkste neurologische verschijnselen zijn zwakke staartonus, verdwijnen van de anusreflex, rectumverlamming, blaasverlamming, ataxie in voor en/of achterhand (soms dermate fors dat het paard niet meer kan staan). De schade is soms blijvend, soms treedt snel herstel op.
Voorbeelden van punten bij de behandeling zijn dan:
- Door middel van medicatie kan men proberen de eventuele ontstekingsreacties te verminderen, de zenuwherstel te bevorderen, stolling in de bloedvaten van het zenuwstelsel te voorkomen en secundaire bacteriële infecties te voorkomen.
- Bij een koortspiek starten met virusremmers lijkt men soms positieve effecten te hebben. Dit is echter nog niet voldoende onderbouwd en wel kostbaar.
- Heel belangrijk is. dat de dierenarts op tijd mag gaan voorkomen dat de blaas overrekt kan worden! De zenuwaandoening kan een (gedeeltelijke) blaasverlamming geven en dit heeft o.a. tot gevolg dat het paard geen plasdrang meer heeft of niet kan plassen. Een blaasoverrekking kan echter, ook na herstel van de zenuwfunctie, tot onherstelbare schade leiden. Indien nodig gaan we daarom tijdelijk, via een catheter, de blaas leeg halen.
- Als het paard zich niet meer staande kan houden, accepteren de meeste paarden het rustig. Sommige paarden raken in paniek, gaan liggen ‘vechten’ en dit kan op zichzelf al leiden tot ernstige schade. Via sedatie kan soms directe ernstige beschadiging voorkomen worden.
- Tevens moet er voor worden gezorgd dat het paard voldoende vocht en voedsel binnen krijgt.
Al met al is de intensieve zorg de moeite waard, omdat slechte voorspelbaarheid en hoge wendbaarheid in ziekteontwikkelingen tegen verzorgers kan werken, maar ook opeens voor verzorgers. Er is helaas letterlijk geen peil op te trekken. Er zijn paarden die gezond uit absurd zware trajecten gaan komen en er zijn paarden die lichtere problemen krijgen, maar altijd houden.
We hebben in de loop der jaren al vaker uitbraken meegemaakt en kunnen uit ervaring vertellen dat ze echt totaal verschillend kunnen gaan verlopen. Het kan opeens heel erg mee gaan vallen maar helaas ook leiden tot uitval, omdat het op bepaald moment te zwaar voor het paard kan worden.
Kun je rhino voorkomen?
Als rhino in feite overal latent aanwezig kan zijn, overal kunnen dragers staan, wat kunt u dan het beste doen om besmetting tegen te gaan?
Geluk bij ongeluk is hier, dat het rhinovirus een stuk groter is, dan bijvoorbeeld het influenzavirus. Rhino blijft daarom moeilijker “in de lucht hangen”. De gevarenzone ligt in ongeveer enkele meters stilstaande lucht en dus niet in de kilometers buitenlucht, die we op de informatiepagina bij het besmettelijke influenza wel noteerden. Dus het is echt een beetje overdreven opeens in Groningen paniek te zaaien, omdat er in Amsterdam een uitbraak is.
Koorts betekent niet reizen, tenzij de ontvangende kliniek natuurlijk weet wat er speelt en quarantaineboxen beschikbaar heeft en wil stellen. Let er op dat u dan een trailer gebruikt die daarna niet gelijk voor een ander paard ingezet gaat worden.
Een besmetting met rhino komt meestal door direct contact tussen paarden of gezamenlijke aanwezigheid in een ruimte, met een korte afstand of indirect contact met besmet materiaal. Is er slechte ventilatie in een stal dan neemt de druk toe. Staan neuzen bij elkaar, dan neemt druk ook toe.
We zien in het algemeen dat het virus altijd in een bepaalde tijd van het jaar opsteekt (najaar en winter) en dan ook vaak op meerdere plaatsen tegelijk, die zeker niet altijd in een verband met elkaar gezet kunnen worden. Dat komt natuurlijk doordat er overal dragers staan en vervolgens in deze periodes, de algehele weerstand lager iets kan zijn.
Het virus dat actief wordt, blijft dus meestal binnen de stalmuren, tenzij er iemand is die, bij wijze van spreken, de deuren “open zet” door bijvoorbeeld een paard met koorts op een andere stal te zetten en daar virus uit gaat dampen terwijl het niet in een speciale quarantaine staat. Of het paard had geen koorts, maar krijgt het opeens. Feit is dat bij neurologisch rhino tussen de koorts en de neurologische verschijnselen nog echt enige tijd kan zitten.
Koorts is een alarm, kijkt een paard wat “lodderig”, is het sloom, dan kan het nooit kwaad even de temperatuur te meten.
Hoe verlaag je het risico op insleep van rhino?
Let goed op nieuwkomers. Er zijn nu eenmaal veel dragers van rhino en stress door verhuizing kan uitbraak triggeren.
Is er dan opeens rhino dan zie je dat liever iets verder weg van de groep ontstaan, dan gelijk ook midden in de gezonde groep paarden.
Zet nieuwkomers dus waar mogelijk apart van de groep in quarantaine.
Rhino en drachtige merries?
Drachtige merries zijn gevoeliger voor rhino en de consequenties zijn vrij snel ernstig. De vaccinatie moet drie maal tijdens de dracht worden gegeven. Zet een drachtige merrie zeker nooit bij jonge, niet geënte paarden. Jonge paarden hebben beduidend minder weerstand tegen virussen en gooien de infectiedruk relatief snel omhoog.
Kun je buiten rijden als er rhino is?
Kunt u nog op wedstrijd gaan als rhino de kop opsteekt? Nagenoeg altijd worden wedstrijden op stallen waar rhino geconstateerd is, natuurlijk direct door het stalmanagement afgelast, simpelweg omdat het risico voor verdere besmetting en overdracht naar andere stallen niet onnodig groter wil maken.
In het algemeen kunnen we wel hopen dat men niet gaat rijden als een paard koorts en verkoudheid heeft, maar volledig met zekerheid, kan je dat niet stellen.
De besmettingskans op wedstrijden in de buitenlucht lijkt een stuk minder groot, mits u uiterst alert bent op besmettingrisico via indirect contact en enige afstand houdt. Gaat u starten in een grote en hele rustige goed geventileerde binnenhal, dan lijkt het risico ook minder groot, maar vermijdt bijv. standaard de stalgangen. Laat uw paard tussen de activiteiten liever op de eigen veewagen of trailer staan, gebruik eigen emmers en water uit de kraan en raak geen andere paarden aan.
Gaan wedstrijdpaarden vaak op meerdaagse wedstrijden? Zij lopen beduidend meer kans op besmetting met actieve virussen. Zet deze groep dan liever apart en niet in de rij paarden die al jarenlang stabiel is en nooit van huis gaat.
Overweging vaccinatie rhino ?
Er is een vaccinatiemogelijkheid, heb je interesse in vaccinatie lees dan de aparte pagina hierover. Gezien de omvang van het totaal aantal rhino-uitbraken op landelijk niveau en de extra kosten van vaccinatie en de vrijwillige aard, maakt het begrijpelijk dat niet iedereen alle paarden tegen rhino vaccineert. Het is een afweging die iedereen of liever iedere stal, zelf mag maken.
Zien we ergens echter helemaal geen enkel begrip of enige maatregel tegen het gevaar van infectieziekten, dan zal duidelijk zijn dat dit meestal zal gaan om eigenaren. die zelf nog nooit getroffen werden door zware gevolgen van infectieproblemen en daarom soms de neiging krijgen te denken, dat infectieproblemen niet “heel echt” zijn. Dierenartsen en eigenaren die rhino op een locatie wel goed in actie zagen, denken daar natuurlijk wel iets genuanceerder over, want opeens een verder kerngezond paard moeten verliezen, voelt niet ok.
Op het moment dat er een besmetting op stal is, ga je natuurlijk niet enten, want die gaat dan helaas niet doen, wat hij op dat moment moet doen. Maak het liever een weloverwogen keuze en kijk ook naar hoe je paarden wel of niet verder kunt beschermen.
Om je te helpen, schreven een aparte pagina met informatie hoe vaccinatie tegen rhino wel en niet kan werken. Zo kun je de voor- en nadelen al iets beter afwegen en bij vragen bel je natuurlijk even.
Wil je dit artikel later nog even nalezen?
Bij spoed: niet mailen of appen maar liever persoonlijk contact.
- 06 - 5537 00 00
Indien geen spoed: