Soorten peesblessures

Kennisbank artikel

Soorten peesblessures en hoofdlijnen anatomie

De onderbenen van het paard

Wat vaak het onderbeen van het paard genoemd wordt, is eigenlijk de hand. Het gedeelte dat als been gezien wordt, is de hand en de onderarm.

Dat betekent dat het onderste gedeelte van het paardenbeen, heel veel peesweefsel bevat. Onderbeen problemen en peesblessures komen bij paarden relatief dus vaker voor dan bij mensen, omdat bij paarden de onderarmen en handen grote krachten moeten verwerken.

Soorten peesblessures bij paarden

Menig ruiter die meerdere paarden rijdt, kent wel een paard met een peesblessure. Wat dan direct belangrijk is om te onthouden, is dat de term “peesblessure” echt een verzamelnaam is. In werkelijkheid zijn natuurlijk niet alle peesblessures exact hetzelfde.

Er zijn natuurlijk verschillende plaatsen voor  pees schade, verschillen in de ernst van de schade maar zeker ook de oorzaak.

Introductie anatomie pezen

Peesblessures  beter herkennen en ook begrijpen wat peesweefsel is en doet, gaat makkelijker als je eerst de anatomie iets beter kent.  

Strekken, buigen, hoeken bij sturen

Op deze pagina volgt een introductie op hoofdlijnen, in de soorten peesblessures bij paarden. Er is een groot verschil tussen blessures in extensoren (strekpezen) en flexoren (buigpezen). Ook is er verschil in pees- of ligamentschade. We leggen uit wat een checkligament is en wat een peesschede is.  

Pees of ligament?

Een pees (tendon) is een spier-bot verbinding.

Een ligament is een bot-bot verbinding. 

Pezen en ligamenten zorgen er natuurlijk voor, dat de botten ten opzichte van elkaar kunnen bewegen.  Het ontwerp van de gewrichten is bepalend voor de toegestane bewegingsmarges. De pezen en ligamenten helpen deze marges te beschermen, maar helaas kan dit weefsel daarbij zelf ook snel beschadigen. 

Bot versus pees- of ligament weefsel

Een bot kan natuurlijk ook op verschillende manieren beschadigen.

Dit kan ook gebeuren, door een te grote trekkracht van een ligament. Dan scheurt een stukje bot af. Dat bot kan heel vaak gewoon weer genezen, eventueel via operatie. Bot geneest immers relatief snel en goed.

Is er een schade in het ligament/peesweefsel zelf, dan is dit heel anders. In dit weefsel gaat herstel namelijk veel moeizamer en zijn operaties zijn maar zelden zinvol. Er is dan geen groot verschil tussen ligamentweefsel en peesweefsel. Wel is er dan nog veel verschil tussen flexor en extensor pezen.

Flexor of extensor?

De pezen van de benen zijn klassiek onderverdeeld in twee groepen. Er zijn flexoren (buigpezen) en extensoren (strekpezen), die exact moeten samenwerken in de besturing van het paard.

De lange teenstrekker (extensor) reist over de gehele lengte van het been en zit vast aan het hoefbeen. De extensor is in vergelijking tot de pezen aan de andere kant (flexoren), een hele stugge en stijve pees. Zou de strekpees volledig door de helft gaan, dan zal dit heel vaak nog heel ver kunnen gaan genezen.

Het weefsel van flexoren

 Gaat een buigpees (flexor tendon) volledig door de helft, dan gaat deze zeker niet genezen. De opbouw en herstel van dit soort peesweefsel, is zeer specifiek, dus herstel is wat specifieker.

Feit is, is dat we in flexoren nog wel stukjes genezing kunnen verkrijgen, maar het nieuwe materiaal zal iets stugger zijn. Zo verplaatst het lichaam rekking iets meer naar een ander deel. Echter, de gehele ketting wordt zo natuurlijk wel verzwakt en dat geeft hogere kans op vervolgproblemen.

Zo kan kleiner blessureleed in de flexor pees, waar het paard in eerste instantie helemaal niet zo heel veel last van heeft, toch op termijn chronische, steeds sterke wordende bewegingsklachten gaan geven en uiteindelijk volledige chronische kreupelheid.

Gaat een flexor stuk, dan is schadebeperking dus eerste aandachtspunt, als je graag wilt dat het paard uiteindelijk in de toekomst, de vruchten kan blijven plukken van pijnvrije beweging.  

Veel mogelijke oorzaken

De zogenaamde flexoren herstellen zichzelf dus wel iets, maar vanuit structureel oogpunt niet op de meest handige manier.  In de flexoren ontstaan dus ook de de meeste mild startende, maar uiteindelijk meer chronisch groeiende blessures. 

De oorzaak van peesletsel in een flexor kan een klap van buitenaf zijn. Of het gaat in een verkeerde beweging door de grenzen. Tevens zien we schade kunnen ontstaan door een tijdelijke of meer langdurige verkeerde belasting, van de flexor en extensor. Eventuele oorzaken voor overbelasting, zijn heel divers. Het lichaam kent veel onbewuste compensatiepatronen, waarbij balans suboptimaal kan zijn maar pezen goed blijven functioneren. Het gaat pas mis als het buiten de onbewuste compensatiepatronen moet functioneren. Zodra het niet binnen de normale patronen kan blijven, door pijn of andere redenen zoals hoefverzorging, krijgt de gehele keten te maken met sterkere druk door abnormale disbalans in gebruik.

De hoofdfunctie van de flexoren

De hoofdfunctie van de flexorpezen is dus het kunnen laten buigen van de gewrichten en het laten terugveren van de grote krachten die dan uitgeoefend kunnen worden.  De flexorpees verliest veerkracht bij schade,  het heeft meer moeite zware krachten goed te verwerken. Zeker de lange oppervlakkige buiger kan heel snel bij een limiet komen en is daar door heel gevoelig voor beschadigingen. 

De grootste flexorpezen

De drie belangrijkste flexorpezen in het onderbeen zijn:

De oppervlakkige buiger

Ook wel de superficial digital flexor genoemd, deze splits zich onder de kogel en hecht zich vast aan twee kanten van het kroonbeen.

De diepe buiger 

Oftewel de deep digital flexor, deze loopt in een streng naar beneden en hecht zich aan het hoefbeen. De diepe buiger loopt over het straalbeen heen.

Tussenpees

Mooiere naam is de  “interosseus of suspensory”, deze splitst zich op de kogel (sesambeentjes) en gaat aan twee kanten via de verbindingspezen naar voren, naar de strekpees.

De tussenpees

Het loopt van het pijpbeen, net onder de knie (voorbeen) of het spronggewricht (achterbeen) naar de sesambeentjes van de kogel en heeft een zeer belangrijke functie. Als dit ligament volledig scheurt hangt de kogel op de grond.

Als het letsel zich ter hoogte van de aanhechting op het pijpbeen (het proximale deel van het ophangbandje) bevindt, kan ook dit bot veranderingen ondergaan.

Omdat het bevestigingspunt van de tussenpees in de voorbenen als het ware verstopt ligt tussen drie botten (het pijpbeen en de twee griffelbeenderen) en bedekt wordt door het checkligament en de diepe en oppervlakkige  buigpezen, kan bij palpatie een zwelling hier gemakkelijk onopgemerkt blijven. 

Veranderingen in het middelste deel (of lichaam) zijn vaak beter te herkennen aan duidelijke zwelling en warmte van het been.

Aan twee kanten gaat de tussenpees via verbindingspezen naar voren, naar de strekpees. Verwondingen aan de takken kunnen ook zichtbaar zijn aan zwellingen en uiteraard kan deze druk uitoefenen tot veranderingen in het sesambeen.

 

 

Het checkligament van het paard

Het meest bekende ligament is het zogenaamde “check” ligament. Het is een band die ondersteuning geeft aan en versmelt met de diepe buigpees. Het loopt van de achterzijde van de voorknie naar onderen en versmelt boven de kogel met de diepe buiger. Er zijn natuurlijk nog veel meer ligamenten, kleinere bandjes waar we letsel kunnen vinden, maar het checkligament komt vaker voor dus noemen we hier apart.

Op onderstaande foto zie je heel mooi wat het checkligament is, omdat onze paardenarts de buigpezen met haar vingers uit elkaar duwt. De buitenste pees is natuurlijk de oppervlakkige buiger, daar binnen zie je de diepe buiger. De kleinere band die afsplits, dat is het checkligament.

 

checkligament

Een peesschede

Een peesschede is vervolgens een omhulsel dat de pees omringt, op plaatsen waar de pezen over bot heen glijden.  Binnen de schede wordt een kleine hoeveelheid van een stroperige vloeistof geproduceerd (synovia), dit dient als “smeermiddel” in gebieden waar de pees glijdt. Een peesschede vinden we op verschillende plaatsen en dit onderdeel kan te maken krijgen met een ontsteking.

De peesblessure als breed begrip

We gaan niet alle kleinere bandjes benoemen, want dan schieten we met deze pagina het doel voorbij. Wel zal nu  duidelijker zijn dat het woord „peesblessure” echt een heel breed begrip is en behandeling dus niet altijd hetzelfde.

De banaan vorm ?

Bij een sterk probleem in de flexorpees kan de pees ook bol gaan staan, echt een soort banaan vormen. Maar niet iedere pees schade, zal zulke heldere signalen geven. Dat is jammer, want weinig met het blote oog zien, staat haaks op het feit dat je schade liever in milder stadium heel makkelijk zou herkennen.  In dat stadium kunnen we immers cumulatie in schade, mooier terugdringen.

Op de pagina “herken een peesblessure” leggen we uit hoe je de flexoren kunt “afvoelen.”

Zijn er signalen op veranderingen, dan kunnen we via echo-onderzoek heel makkelijk nauwkeuriger naar binnen gaan kijken. 

Herken een peesblessure

Nu je de anatomie op hoofdlijnen al kent, is al duidelijk dat het herkennen van schade in pezen en ligamenten via de buitenkant, soms makkelijk is, maar soms niet mogelijk. Ook louter “af voelen” is helaas nooit sluitend. Subtiele veranderingen in de mechaniek van het paard zijn dus vervolgindicator, dat er schade in pezen kan zijn. Daarom is het belangrijk veranderingen in bijvoorbeeld bochten en werkbereidheid niet uit te sluiten als mogelijke indicator van peesproblemen. Bij de meeste milde peesproblemen ervaart een vaste ruiter van het paard, vaak toch al veranderingen. Een paard wordt sneller overprikkeld, krijgt dan namelijk opeens toch meer moeite met functioneren conform wat goed zou zijn. Via toegenomen alertheid en kreupelheidsonderzoek met verdovingen en registratie van subtiele wijzigingen, sporen we peesschade en ook eventuele oorzaken gelukkig daadwerkelijk steeds sneller op. Hoe sneller we ze vinden, hoe sterker we cumulatieve effecten van problemen tegen kunnen gaan. 

Preventief

Chronische peesblessures zijn op alle niveau’s, een voorkomende reden van uitval. Dat is niet altijd volledig te voorkomen, want het paard is inmiddels geen klein steppediertje meer.  Menig paard is een supergrote mega atleet op vier dunne onderbenen, waarbij de hand, niet extra is beschermd.  

Wereldwijd heeft de paardenliefhebberij  een enorme omvang, dus men zoekt continue naar wegen, om deze uitval verder terug te dringen. Veel variabelen spelen een rol, denk aan onderzoek voor het fokken, meer serieuze conditiemonitoring, minder fouten bij hoefonderhoudhet voorkomen van verkeerde belasting enz. Slechts een gedeelte kunnen we regelen via snellere herkenning en eerdere en betere bijsturing van het sportpaard.  Wij volgen heel graag alle ontwikkelingen in dit gedeelte nauwkeurig, maar een alert oog in dagelijks management van het paard, is dus ook nodig.   

Gezeur over condities

Het lijkt allemaal gezeur, die mensen die gaan zeggen dat de bodem niet goed is. Wij vinden het ook nooit leuk om te zeggen. Maar minder draaiing toestaan of bijna dagelijks veel te zwaar, er zijn uiteraard relaties in veel minder of veel meer blessureleed!

Blijf nuchter na denken, een nieuw paard kopen is tegenwoordig vaak al duurder dan de bodem! Dat geldt ook voor oefeningen. Een pirouette of appuyementje minder, daar is in de werkelijkheid nog nooit een paard slechter door geworden. Maar andersom geldt het tegenovergestelde, een paard met een te bolle onderrug frequent pirouettes in sturen, geeft al snel peesproblemen in de achterbenen.

Veel druk op de onderkaak is niet alleen paardonvriendelijk maar ook best onhandig, want dit geeft daadwerkelijk hele forse veranderingen in normaal voorbeengebruik.

In conclusies springen

Met name de zogenaamde flexoren zijn kwetsbaar, daar zien we dus vaker blessures ontstaan. Onthou dus dat pees- en ligament problemen ook op minder vaak voorkomende plekken gaan komen en oorzaken heel divers kunnen zijn. Een paard met peesschade is soms aan de buitenkant herkenbaar, maar niet altijd. Wel gaat het subtiel of minder subtiel bewust beweging bijsturen en dat kan ook weer spierklachten gaan geven. Zo zijn er bij paarden ook veel toplijnklachten die niet louter uit de toplijn komen, maar uit het goed moeten kunnen gebruiken van de “dragers” van de toplijn, tijdens actieve bewegingen op verschillende ondergronden en in de bochten. 

Het vaker af voelen van de flexoren kan je echt helpen sneller verandering te merken, maar ook veranderingen in de toplijn en in gedrag tijdens specifieke beweging, kunnen al indicatoren zijn, dat het paard tijdens beweging iets probeert te veranderen.    

Gerelateerde Pagina's
Herken een peesblessure

Het afvoelen van de pezen als controlemiddel. 

Mmmmmmm....

Wat ga je doen als je een peesblessure vermoedt?

Peesblessures

Waarom willen we bij kreupelheidsonderzoek zo scherp mogelijk werken?

Revalidatie

Opbouw en herstel van peesweefsel in de  flexoren.

Stuur deze uitleg door 

WhatsApp
Email
Print
MEDISCHE KENNISBANK
Jouw kennisbank met informatie
Contact ?

Bij spoed: niet mailen of appen maar liever persoonlijk contact.

Indien geen spoed:

Spoed?

Géén APP/ SMS (doorgeschakeld)

Spoed?

Géén APP/ SMS (doorgeschakeld)