Vermoeden peesblessure?
Kennisbank artikel
Wat te doen bij een vermoeden op een peesblessure?
Bij heftige pijn, bel je op het spoednummer. Heel heftige pijn kan er zijn, als een pees heel sterk scheurt of volledig kapot is.Â
De meeste peesproblemen geven milde of heel weinig pijn, dan merk je weinig aan het gedrag van het paard.Â
Een paard met een peesblessure hoeft niet duidelijk zichtbaar kreupel te zijn. Wat je wel en niet kunt zien, leggen we op de pagina `’herken een peesblessure” verder uit.Â
Sneller herkennen peesblessures
 Alle signalen die er wel of niet kunnen zijn.
Bij vermoeden dat er een peesblessure is, is het heel belangrijk te weten dat ook een zeer mild beschadigde pees, een herstelperiode en opbouwfase nodig heeft. Zo hou je in de toekomt zo goed mogelijk veerkracht en verlaag je de kans op chronische vervolgschades. Een paard met peesblessure kan prima bruikbaar blijven, maar verander je helemaal niets op tijd, dan zal het paard in de toekomst veel sneller gaan uit vallen.
Lees de fases hoe peesweefsel herstel regelt, een keer goed door. Bij vermoeden dat er blessureleed is, is pas op de plaats maken logisch antwoord.Â
Herstel
peesweefsel
De terugweg via fases, naar zo veel mogelijk belastbaarheid.
Koelen
Experts op het gebied van peesweefsel zijn van mening, dat koelen goed is. Een van de voordelen van kou is dat het de bloedvaten vernauwt. Voor het koelen zijn speciale bandages enz voor bedacht, maar de koud water slang met een drie weg koppeling voldoet ook prima. Gebruik bij een mokgevoelig paard liever een coolpack, met een lapje er onder.
Het grootste voordeel van een koude therapie komt waarschijnlijk van 10-15 minuten toepassingen en herhaling met enkele uren er tussen. Koel niet te kort, maar ook weer niet te lang. Indien de kou te lang wordt toegepast (meer dan 15 minuten), dan gaan bloedvaten verwijden, dit doet de gunstige effecten van de koude behandeling teniet. Anti-inflammatoire geneesmiddelen bij zwelling lijken logisch, maar hebben ook nadelen. Er zal per keer gekeken worden of deze gebruikt worden.
Â
Uit het werk
Alle experts op het gebied van peesweefsel, zijn het er ook over eens dat bij blessure het weefsel de eerste periode niet goed belastbaar is, ook als het paard al niet echt overduidelijk pijnlijk (meer) is. In de echte beginfase is het te eenvoudig, om nog eens extra weefsel stuk te maken. Hoe sterker de weefselschade, hoe moeilijker en langduriger het herstel gaat worden. Om in de toekomst zoveel mogelijk functie behouden, is het belangrijk de schade nu te stabiliseren.
Bij verdenking is het dus verstandig, het paard direct uit het normale werk te halen. Hij mag nog kleine stukjes stappen, maar hij mag niet meer sprinten, rennen en hard remmen en niet wandelen op te zware ondergrond enzovoorts. De flexor kan op dit moment beter even geen druk opvangen en door beschadiging heen duwen. Als het kan, zet je het paard op ruwe bodem, zodat er ook bij het opstaan, niet gegleden wordt. Â
Een afspraak plannen
Soms is de plaats van het probleem direct duidelijk, als er bijvoorbeeld zwelling is of was. Maar het komt ook veel voor dat we peesproblemen of nog mogelijke oorzaken, moeten op zoeken via kreupelheidsonderzoeken.Â
Â
Is er zwelling dan moeten we wachten met echografie tot de ontstekingsreactie verminderd is en de zwelling (grotendeels) verdwenen. Dit is meestal vanaf 10 dagen. Dan kan er echografisch het beste beeld van de pees en de eventuele schade verkregen worden.Â
Afspraak regelen
Maak een afspraak en bespreek wat je ziet en er gebeurt is. Zo kunnen we al wat beter inschatten, wat we gaan controleren.
Veranderen voer
Een heel sportief lichaam minder belasten, zonder dat het begrijpt waarom, dat is natuurlijk verre van ideaal. Gelijkertijd is de pees een noodzakelijk ingrediënt voor een toekomst waarbij bewegen prettig blijft. In veel situaties (dat bepaalt de eigenaar natuurlijk ook zelf) maakt dit ingrijpen, de moeite meer dan waard. Bij normale overige gezondheid geef je het paard nu zeker geen krachtvoer meer, vitaminekorrels zijn voldoende. Blijf natuurlijk altijd wel gewoon goed ruwvoer voeren. Tegen verveling kun je bijvoorbeeld ook de helft in een dicht hooinet gaan doen. Geef het paard veel aandacht en afleiding en hou het koelen vol.
Diagnosevorming via echografie
Helaas heeft niemand ogen, waarmee je goed door de huid heen kan kijken. Er zijn best wat mensen die doen alsof ze dat soort ogen hebben -en soms ook echt goed kunnen praten-, maar diagnoses maak je beter nauwkeurig.
Voor het zoeken van het letsel, gebruiken we bijna altijd echografie. De pees laesies kunnen worden gekarakteriseerd op basis van grootte (en dus percentage) van de totale pees diameter. Dit correleert ook met de mate van afwijking in de pees vezelstructuur.
We hebben heel nauwkeurige beelden nodig om goed diagnose te stellen. Dat beeld wordt in de herstelfase referentiemateriaal. De exacte schade maar ook alle overige omstandigheden, bepalen de verdere aanpak.
In de loop der tijd maken we vervolgbeelden met de echo om herstel van de pees te monitoren. Dat geeft informatie voor het bepalen van de vervolgbelasting.Â
Ervaren kreupelheidsarts
Bij aanvullende echografietrainingen voor kreupelheidsartsen is ook alles erop gericht, paardenartsen zoveel mogelijk type blessures met de echo te gaan leren vinden en beoordelen. Dit onderzoeksmiddel is vele malen goedkoper, dan de MRI en een echo kun je altijd overal op zetten. Een paard heeft hoofdpezen en nog veel andere kleine bandjes. Wij hebben bijzonder veel kennis en kunde in echografie opgebouwd, maar sprongen daarnaast zeker ook in op mogelijkheden voor verscherping in kreupelheidsonderzoeken. Want je kunt je voorstellen dat als er geen zwellingen zijn, de plaatsbepaling (juiste been en plaats op de pees) bij dit precieze werkje heel belangrijk is. Als er overbelasting is die voorkomt uit irritatie in een ander been of uit de wervelkolom, willen we ook weten waarom dat zo is. Bij meer dan de helft van de peesblessures vinden we alleen door nauwkeurig kreupelheidsonderzoek (zeer mild kreupel) en een aanzienlijk percentage is secundair (multikreupelheden). Om bij niet pratende patiënten en toenemende mogelijkheden voor beeldvorming, zo min mogelijk verkeerde of halve conclusies te gaan trekken, is kreupelheidsonderzoek ontzettend belangrijk fundament.  Â
Â
Echografie en MRI
Ook humane artsen die zich ver specialiseerden in echografie, zullen beamen dat met echo zoeken iets bijzonders is, waar je heel veel op moet oefenen. Een kreupelheidsarts doet daar dus ook speciale nascholing voor en moet echt wel veel praktijkmeters maken om al deze kennis niet een dag in het hoofd, maar iedere dag in het hoofd te hebben. We krijgen zo wel ruim 90% van de mogelijke beenletsels via de echo scherp op beeld.   Als uit kreupelheidsonderzoek bleek dat het probleem hoogstwaarschijnlijk in het kleine stukje pees onder de hoef ligt, dan wordt definitieve diagnose een iets duurder verhaal, omdat de blessure daar niet goed zichtbaar te krijgen is op echo. Gelukkig is van het totaal aantal peesblessures het percentage paarden waarbij de MRI het finale antwoord moet geven slechts een zeer beperkt percentage, omdat het natuurlijk ook maar een relatief klein stukje pees is en het merendeel van de blessures niet in andere pezen zitten.   Â
Opties voor mobiele diagnose
Voor goed kreupelheidsonderzoek hebben we goede werkcondities nodig (goede harde volte enz). Ook hebben we op de praktijk een grotere/sterkere echo maar dat is met name voor SI/halzen/rug eventueel relevant. Een peesscan kan ook goed op locatie. Â Een vervolgscan kan natuurlijk bijna altijd op locatie.
Onze werkregio
Â
Onze mobiele werkregio is beperkt tot 35 min, hier zie je tot waar wij rijden.
Stuur deze uitleg door aan een stalgenoot
Bij spoed: niet mailen of appen maar liever persoonlijk contact.
- 06 - 5537 00 00
Indien geen spoed: