Peesblessure herkennen

Kennisbank artikel

Het snel herkennen van een beginnende peesblessure

Beheersing omvang peesblessure

Peesblessures zijn bij paarden een vaak voorkomende oorzaak van vroegtijdige afname van bewegingsmogelijkheden.

Het is helaas een feit dat beschadigd peesweefsel, heel onhandig heelt. Daarom hou je, waar nog mogelijk, de startschade bij een peesblessure bij een paard, heel graag echt zo klein mogelijk. Dat geeft niet alleen relatief sneller herstel, maar ook een sterker herstel. 

Bij sport en hobbypaarden

Peesblessures komen bij alle soorten paarden voor. Men noemt peesblessures ook wel sportblessures, dat is eerder een koppeling aan het gevolg, uitval van sportieve activiteit. Want qua oorzaken is er veel diversiteit. Denk aan fokkerij (genen en stand), voeding (zeker ook in de opfok), huisvestiging, hoefverzorging, natuurlijk gedrag, training enzovoorts. Dan is er nog het type paard dat 7 sloten tegelijk in loopt.  Wel is het een feit, dat peesblessures echt vaker voorkomen bij paarden. Bij pony’s -met betere confirmaties-, zien we beduidend minder peesblessures. 

 

Snellere herkenning signalen

In de beginfase is een peesblessure zeer kwetsbaar voor verder verval. Dus als er een beginnende peesblessure is, wil je het graag snel herkennen en maatregelen nemen. Als vluchtdier stelt het paard louter prioriteiten louter op korte termijn. Echter, peesletsel kan op termijn veel vervelender worden dan een boskabouter die er dan vaak niet eens is. Groeiend peesletsel kan op termijn chronisch pijnlijk worden, ook als er nu nog geen pijn is. Probleem is dat de signalen dat er een startende peesblessure bij het paard kan zijn, helaas niet altijd zeer groot en overduidelijk zijn. Soms zal het snel herkennen voor de eigenaar makkelijk zijn, maar soms is het gewoon heel lastig blessureleed zo vroeg mogelijk te herkennen.  Daarom gaan we op deze pagina, deze signalen extra toelichten.

Gerelateerde pagina

Ben je nog weinig bekend met soorten peesblessures bij paarden? Maak dan eerst even een uitstapje naar de pagina over soorten peesblessures, zodat je de hoofdlijnen van de pezen, al beter kent.   

Soorten peesblessures

De anatomie van het onderbeen op hoofdlijnen.

Peesblessure paard in vroeg stadium herkennen

Bij sommige peesblessures (maar helaas niet bij alle peesblessures) kun je in vroeg stadium wel al veranderingen zien of voelen, bij palpatie van het been. Zijn er bij palpatie geen bijzonderheden te voelen, dan kunnen ruiters vaak gedragsveranderingen herkennen, die echter altijd ook andere redenen kunnen hebben en dus wel iets minder letselspecifiek zijn, dan de voelbare weefselveranderingen. 

Belangrijk

Niet iedere peesblessure geeft gelijk zeer helder effect bij palpatie of zeer helder zichtbare kreupelheid. 

Toename in revalidatiekansen peesblessures

Diverse ontwikkelingen zorgen er voor, dat we paarden met peesblessures steeds sneller kunnen herkennen. Dat is, naast betere behandelmethoden, een belangrijke reden dat we meer paarden, ook weer goed sterk gaan krijgen. De toegenomen aandacht van veel ruiters en therapeuten voor het bestaan en de ernst van peesletsel op verdere termijn, helpt daar ook zeker bij!    

Zie je spontane zwelling?

Peesletsel kan ontstaan door extern trauma, bijvoorbeeld een trap van een andere hoef. Heeft het paard heel wild gedaan en volgt opeens spontane zwelling op, boven of net onder een pees, terwijl er geen wondje is, dan heb je alle reden tot twijfel, lees dan de pagina “vermoeden peesblessure, wat te doen”. 

Acute schade kan ook ontstaan bij een onmogelijke draai bij de landing. De hoef blijf staan, het been draait nog door. Het kan zijn, dat dan een stukje of zelfs het hele onderbeen gaat zwellen. Een heel dik been hoeft dan gelukkig niet te betekenen dat er ook gelijk schade aan de pees hoeft te zijn. Is er ook echte verdikking van de pees, dan is deze vaak pas scherper te zien als de overige zwelling van de rest van het been minder wordt. Dat is een reden dat verzorgers dus voorzichtig moeten worden als een paard “zo maar” veel meer zwelling krijgt, zonder dat er bijvoorbeeld een griepvirusje (temperatuur?) of een klein wondje is. Een verzwikking of oppervlakkiger wondje kan onschuldige zwelling geven. Bij een dieper wondje boven een gewricht of peesschede bel je de uiteraard (i.v.m. infectierisico). Bij een verzwikking, kijk je na enige afname van de gehele zwelling, de pezen nog wat keren nauwkeurig na. Ook let je daarna natuurlijk extra goed op, op spontane gedragsveranderingen in beweging. 

Hoe palpeer je de pezen van een paard?

 Omdat een groter gedeelte van de peesblessures toch ook via goede palpatie eerder duidelijk kan worden, gaan we hier dus uitleggen hoe de pezen te palperen! Het is uiteraard niet moeilijk, maar je moet even weten waar en hoe je gaat voelen.

Periodiek voelen naar warmte, pijn of zwelling

Peesblessures ontstaan vaak niet door trauma, maar door iets langer durende overbelasting.  De emmer loopt dan meer drupsgewijs vol. Bij palpatie zoek je periodiek naar warmte of pijn of zwelling. Zwelling valt heel vaak met het oog niet zo op, maar is dan vaak genoeg (maar dus niet altijd) wel voelbaar met de hand.  Nu geldt natuurlijk dat iemand die heel veel pezen voelt en daar daarna echo’s op maakt, iets meer ervaring heeft. Maar zelf kun je ook al veel vinden. 

Palpatie van de strekpees van het paard

Dit is de grote pees die loopt aan de voorzijde van boven tot beneden. Zijn er geen valpartijen of rare dingen gebeurt, dan blijft deze stijve pees doorgaans wel heel. Palperen doe je gewoon met vlakke vingers over de pees van links naar rechts. 

De buigpezen en checkligament palperen

Als het paard op zijn been staat, lijkt het net of er 1 grote flexorpees is. Maar in werkelijkheid lopen er dus meerdere pezen. De beste manier om de grote buigpezen (en het checkligament) per pees te voelen, is met het been opgetild, als het geen gewicht draagt. In deze houding, kan de scheiding tussen de oppervlakkige en diepe buiger worden gevoeld. Merk ook op hoe “soft” de pezen voelen wanneer ze geen gewicht balanceren. Vergeet niet altijd door te voelen tot in de kootholte en voel de achterbenen op dezelfde manier. Je mag ook even iets meer druk op de vingers zetten, om gevoeligheid te testen.

De tussenpees van het paard palperen

De tussenpees ligt wat dieper en is aan de achterkant omgeven door de oppervlakkige en diepe buiger en door het checkligament, een ondersteuningsband van de diepe buiger.  Bij het staande paard kun je de tussenpees niet goed voelen, die voel je dus terwijl het been gebogen is. De bovenzijde van de tussenpees ligt tussen de griffelbeentjes en hecht zich aan de beide sesambeentjes. Bij de overgang naar het bot, waar de pees aan het beenvlies vastzit, kan het paard meer pijnlijk zijn en daar kan ook kreupelheid door ontstaan.

De beste manier om de takken van de tussenpees te voelen is daarentegen als het paard op het been staat. Je voelt dan de takken tussen de vingers in van achteren naar voren (naar de strekpees) af, op mogelijke veranderingen.

De tussenpees (45)

 

Als het letsel zich ter hoogte van de aanhechting op het pijpbeen bevindt, kan dit bot veranderingen ondergaan. Omdat het bevestigingspunt van de tussenpees in de voorbenen als het ware verstopt ligt tussen drie botten (het pijpbeen en de twee griffelbeenderen) en bedekt wordt door het checkligament en de diepe en oppervlakkige  buigpezen, kan bij palpatie een schade hier gemakkelijk onopgemerkt blijven. 

Veranderingen in het middelste deel (of lichaam) zijn vaak beter te herkennen aan duidelijke zwelling en warmte van het been.

 

Hoe gevoelig mag een pees bij palpatie zijn?

Bij het iets dieper voelen van een beschadigde pees toont het paard soms een pijnreactie. Als deze sterk is, is er vaak iets niet in orde. Gaat het paard wat trekken door pijn bij druk, onthou dan wel dat dit niet altijd een zuivere graadmeter is. Doorgaans is pijn er alleen bij aanhechtingsblessures en plaatsen waar de zwelling druk geeft. Het is echter niet ongewoon om na matige tot zware training enige lichte gevoeligheid waar te nemen.

Als je echter merkt dat de pijn echter erger dan normaal na een vergelijkbare training is, of dat er aanmerkelijk verschil is tussen de twee benen, is het wijzer het paard even op rust te zetten. Dit ongeacht de vraag of het paard wel of niet kreupel is, een paard hoeft niet duidelijk zichtbaar kreupel te zijn.

Hoe vaak wil je de pezen palperen?

Het nut van palperen heeft natuurlijk ook verband met de frequentie. Natuurlijk kan men roepen dat alle paardeneigenaren iedere dag alle benen moeten optillen en nauwkeurig rondom moeten palperen. Dan weten we ook 100% zeker, dat dat in praktijk niet gaat gebeuren, tenzij iemand pezen-paranoia is. Toch is het wijs, bijvoorbeeld standaard een paar dagen achter elkaar te palperen en daarna nog 1 x per week en uiteraard gelijk bij twijfel. Zodat je, als je een keer echt twijfelt, gelijk al heel goed weet, hoe het weefsel normaal voelde bij dit paard. Sommige paarden hebben snel dikkere benen en niet iedere verdikking is een peesblessure. Als je goed weet wat bij het paard normaal is, na rust en werken,  herken je een serieuze afwijking daarna toch beter en sneller. 

Is een peesblessure altijd via palpatie te ontdekken?

Soms zijn peesblessures opeens heel duidelijk te voelen en soms echt moeilijker te herkennen. Het vereist dan ook iets meer ervaring om in te kunnen schatten of een pees dikker is dan normaal. Soms zijn schades helemaal niet te voelen, maar is er wel blessureleed. Dus gedragssignalen, zijn ook heel belangrijk.

Welke gedragsveranderingen kunnen horen bij peesblessures?

Eventuele kreupelheid bij peesblessures kan variëren van nagenoeg niet, matig tot erg kreupel. Is er kreupelheid, dan zal deze vaker kort zijn. Dit is natuurlijk vervelend voor eigenaren, want “alles lijkt weer helemaal ok”.  Een ervaren ruiter zal vaak wel veranderingen in de aanleuning kunnen gaan voelen, want doorgaans gaat een normaal goed gaand paard op bepaalde momenten, zeker in oefeningen, zijn hoofd anders gebruiken. Het paard moet dan immers de hoek veranderen. Het neemt dan geen directe pijn, maar soms een wat zeurend gevoel waar. Het kan het paard besluiten, te gaan anticiperen. Afhankelijk waar iets waargenomen wordt, zal het zich zwaarder op of juist meer achter het bit kunnen gaan houden, houdt opeens een kant want vaster of kan meer gaan kantelen in de bochten enz. Paarden zijn tot op bepaalde hoogte anticiperend. Helaas geldt ook snel, dat als het paard ergens opgewonden over raakt, een boskabouter of wind uit het oosten, dit prioriteit kan gaan krijgen. Er zijn nog veel andere reden waardoor een paard opeens wat stijver of anders kan gaan lopen, dat maakt het helaas zeker geen waterdichte indicator op het ontstaan van blessureleed. Echter, als een paard plotseling anders wordt en er zijn geen virussen op stal, verandering in training enzovoorts, dan zijn negatieve veranderingen in de aangegeven werkhouding goede reden, wat rust in te lassen en vaker pezen af te gaan voelen.

Een paard met een blessure in het been krijgt soms, niet altijd, ook echt spanningsgebieden in de toplijn, schouders, lendenen enz. Natuurlijk is men dan geneigd aan rugproblemen enz. te gaan denken, omdat daar dan iets gevoeld wordt. Maar onthou dat het actief bijsturen van benen bij bijvoorbeeld afwijkend gevoel in twee benen tegelijk, zeker zal betekenen dat het paard subtiel de onderrug in de strijd gaat gooien. Het paard kan ervaring van druk, bewust via de wervelkolom bijsturen en dat is iets anders dan een natuurlijke scheefheid of zwakte die via het onbewuste systeem werkt. 

Langere termijn ontwikkeling peesletsel

Sommige mensen begrijpen het idee om “zonder duidelijke kreupelheid” even een paar dagen alleen te stappen, niet zo goed. Lees de pagina over opbouw en herstel van peesweefsel, deze verklaart waarom een sportpaard met groeiende blessure op termijn nu niet sterker kan worden door verdere training en veel ongecontroleerde beweging. Het paard mag nog wel bewegen, maar liever iets meer gecontroleerd en in een passende opbouwstructuur.  Zonder bescherming en opbouwstructuur kan de pees veel sneller verder achteruit gaan hollen en gaat deze uiteindelijk wel kreupelheid geven, wordt herstel moeilijk. Een chronisch kreupel paard betekent dat er voortdurende pijn is. Bij een milde peesblessure kunnen we het paard heel vaak sneller maar zeker ook structureler revalideren naar een pijnloos been, dus even gas terug, kan vaak nog jaren bewegingsplezier terug gaan brengen.

Overbelasting

Er zijn voor peesblessures dus redenen van buitenaf (klap, draaien op te stugge bodem, enz) of er is een vorm van overbelasting. Overbelasting is een chronisch mechanische overbelasting, door een “opvolgend” effect van herhaalde low-impact pees vezels verstoringen. De signalen aan de buitenkant van het paard zijn er dan niet altijd, wel is er vaak af en aan, zeer milde kreupelheid, die bij aanwezigheid van andere oorzaken in het lichaam, ook steeds iets kan wisselen. Uiteindelijk zijn veel kleine druppels bij elkaar ook genoeg om een emmer te doen overlopen.  Peesblessures door louter overbelasting ontstaan bij verkeerde werkcondities, men wil het paard oefeningen laten doen waar het individuele lichaam qua confirmatie of trainingsniveau niet geschikt voor is en men gaat ze vele malen repeteren.  Overbelasting kan veel oorzaken hebben, een paard is niet gemaakt om langdurig door zeer zwaar zand te ploeteren, want dan gaat het te veel hangen in de flexorligamenten terwijl het het been wel verder omhoog moet doen. Ook zien we bij overbelasting vaak door milde pijn in een ander been, bijvoorbeeld  artrose in ontstekingsfase of pijn in de hoeven. Dat kan tijdelijk afwijkend gebruik van de wervelkolom geven. Zelfs als het paard nauwelijks werkt moeten de ligamenten van het andere been dan toch te veel opvangen en lopen dus permanente schade op. We noemen dit de zogenaamde combinatieproblemen, afhankelijk van de oorzaak kan dit dus positieve en negatieve invloed hebben en natuurlijk ook gevolgen op de verdere aanpak hebben.

Onderzoeksopdracht

Het eerste onderzoek bij peesblessure kan dus eenvoudig zijn, bij een zwelling door een klap van buitenaf maken we een echo. Of het kan een onderzoek naar “minder fijn in het werk zijn”, waarbij aan de buitenkant nog niets te zien is en we ook goed moeten kijken of er oorzaak en gevolg interactie is. Dat laatste is erg belangrijk omdat het veel invloed kan krijgen op de prognose en aanpak.   

Haarscherp bewegingsonderzoek

Als er geen oorzaak van buitenaf is en slechts zeer kleine veranderingen zijn in de normale manier van werken, is het voor een paardenarts natuurlijk ook lastiger om snel tot een klinkende diagnose te komen. Hier geldt dat in het  beginstadium zoeken waar de pijn vandaan komt, altijd iets lastiger, dan in een later stadium, bij sterkere pijn. 

Als zeer ervaren kreupelheidsarts en ervaren manueel therapeut herkennen we veel motorische afwijkingen met het blote oog, maar om bij mildere of multikreupelheden (oorzaak en gevolg) zo snel en goed mogelijk in kaart te krijgen, gebruiken hebben we veel extra werkervaring opgebouwd in gebruik van combinaties van hulpmiddelen. Wij hebben zeer veel ervaring met combinatie van lokaal verdovingsonderzoek, gebruik en interpretatie van sensoren van het ultrascherp metende EquiPro en zeer veel ervaring in zoeken en beoordelen van echografiebeeld en rontgenbeeld bij alle mogelijke blessures. 

Belangrijk

Afhankelijk van de oorzaak, kan een volledige diagnose van een peesblessure dus heel snel gaan, maar ook gaan vragen om maximale scherpte in het vooronderzoek en ervaring bij beeldvorming.

Maximale kennis echografie

Via röntgenologie zien we bot, dat kan beschadigd zijn door de trekkrachten van een pees.  De beelden van rontgen kunnen soms dus ook al signalen dat de pees te veel gedaan heeft. Als jarenlang praktisch werkend kreupelheidsexpert, hebben we hebben heel veel aanvullende opleiding gevolgd voor echografie. In de loop der jaar hebben we duizenden beelden gemaakt en alle mogelijke blessures in de praktijk gezien, het paard heeft zeker nog meer pezen en bandjes in het been. We leerden in de loop der jaren het maximale uit echografie onderzoek te halen. Gelukkig kunnen we via deze weg 95% van de banden in het onderbeen goed in kaart krijgen. Mocht echter uit kreupelheidsonderzoek blijken dat de pijn duidelijk voortkomt uit een hoef, de diepe buiger hecht aan op het hoefbeen, waar niemand met echografie goed kan kijken, dan is voor nog verdere diagnose nog MRI nodig. Wij zijn geen onderdeel van een keten en ongebonden, de beslissing of en waar dat specifieke duurdere onderzoek het beste gebeurt, staat dan dus altijd nog open.  

Gerelateerde Pagina's

Vermoeden peesblessure

Wat ga je doen bij vermoeden dat er mogelijk peesschade is? 

Herstel peesblessure

Wat je al wilt weten over het herstel van peesweefsel.

Motorisch onderzoek

Bijzonderheden modern kreupelheidsonderzoek. 

MEDISCHE KENNISBANK
Jouw kennisbank met informatie

De uitleg op deze pagina door sturen?

WhatsApp
Email
Print
Contact ?

Bij spoed: niet mailen of appen maar liever persoonlijk contact.

Indien geen spoed:

Spoed?

Géén APP/ SMS (doorgeschakeld)

Spoed?

Géén APP/ SMS (doorgeschakeld)