Kreupelheid
Kreupelheden en lichte onregelmatigheden oplossenÂ
Wat is het doel van kreupelheidsonderzoek?
Via kreupelheidsonderzoek gaan we de oorzaken van ongemak en pijn in het bewegingsmechanisme op zoeken. Vervolgens kijken we samen verder met de eigenaar, of en hoe we deze het beste kunnen gaan verhelpen.Â
Waar doen jullie kreupelheidsonderzoek?
Kreupelheidsonderzoeken doen we meestal op onze hiervoor zeer goed ingerichte praktijklocatie in Zwaanshoek.Â
Als de stal de mogelijkheden voldoende biedt, doen we ook kreupelheidsonderzoek bij paarden op stal. We rijden dan echter ook niet buiten onze eigen werkregio.Â
Bel ons bij twijfel over de mogelijkheden op een stal in onze regio, gerust voor verder overleg.Â
Hebben jullie veel extra expertise op dit gebied?
Jazeker! We hebben ons sinds 2004, stap voor stap, steeds verder en dieper gespecialiseerd in dit bijzondere gebied.Â
Een persoonlijke passie voor dit gebied zorgt er voor, dat we echt alle ontwikkelingen, waardoor paardenartsen hier steeds beter en completer kunnen werken, altijd op de voet volgen.
Een nog scherpere vraag: gaan we daarmee dan ook echt altijd heel secuur en objectief voor je willen werken?
Want uiteindelijk gaat het natuurlijk niet alleen om ervaring en kennis en aandacht voor scherpe apparatuur. Ook intentie speelt nog een rol. We hebben achter de schermen geen last van investeerders, die opeens zouden kunnen gaan sturen op margeverhoging per gemiddeld uur. We werken ook met even veel plezier voor ieder type paard. Voor dure sportpaarden maar ook voor heel normale recreatiepaarden.
Omdat we veel kreupelheden onderzoeken en het verloop van een zo onderzoek soms op voorhand nog minder exact te voorspellen is en het bovendien voor sommige eigenaren zelfs nieuw onderwerp kan zijn, geven we hier al meer informatie over wat moderner kreupelheidsonderzoek allemaal wel en beter niet kan zijn.
Welke mogelijke onderdelen zijn er bij kreupelheidonderzoek?
Bij kreupelheidsonderzoek onderscheiden we ruwweg drie onderdelen: vooronderzoek (lichaamsreactie beweging paard), beeldvorming met apparatuur in het paard en een actie/reactie op de bevindingen.Â
Het is belangrijk dat een paardenarts de onderdelen zo in volgorde toe kan passen, dat in het totaal efficiënt maar ook doelgericht gewerkt wordt.Â
Wat we exact per paard het beste kunnen gaan doen, hangt dan volledig af, van de aard van het probleem van het paard. Maar zeker ook van wat de eigenaar exact wel en niet wil.Â
Hou daarbij wel altijd rekening met het volgende:
- Medische beeldvorming met apparatuur in het paard is fancy. Maar bij niet pratende paarden kan nauwkeurig uitgevoerd vooronderzoek soms heel hard nodig zijn om verkeerde conclusies te voorkomen en de betere actieplannen te gaan geven.Â
- Sommige mensen houden erg van snelle behandelprikjes en behandelingen, want dat “doet dan wellicht iets in mijn paard”. Maar helemaal in het echt? In het echt, werkt te lukraak behandelingen uitvoeren juist heel vaak helemaal niet zo goed. Via meer focus op oorzaken, dring je pijn veel vaker definitiever terug.
Dit soort voorkeuren vormen glad ijs. Paarden praten echt niet, ook niet tijdens herstel en verder werk.Â
Focus genoeg op het doel van kreupelheidsonderzoek blijven behouden, tussen alle mogelijke apparatuur en behandelmogelijkheden in, is dus handiger.Â
Een voorbeeld? Als je overduidelijk last van je knie hebt, kan je wat last van je rugspieren krijgen en er zelfs een wolkje op je rugfoto te zien zijn. Dan voegt het niets toe, als men dan opeens ook 2 enkels extra gaat “behandelen met dure PRP-injecties”. Dat is logisch want hier heb je geen last van. Bij een paard doen we dat dus ook niet. Â
Als er geen schade aan de buitenkant van het paard te zien is of er een specifieker incident geweest, dan is echt gedegen en neutraal vooronderzoek naar pijn bij paarden een belangrijke start, voor de bewaking van alle verdere totale logica.Â
Waarom is goed onderscheid in soorten kreupelheid zo belangrijk?
Het maken van goed onderscheid in soorten kreupelheden lijkt heel eenvoudig. Vaak is er 1 kreupelheid door oorzaken van buitenaf of te grote locale beschadiging. Dan stappen we vrij snel door en gaan we dat onderdeel zo snel mogelijk bekijken. Maar eerst het onderscheid maken in soort kreupelheid is met regelmaat ook het moeilijkste deel. Dat maakt het weer niet minder relevant voor de totale aanpak. Het onderscheid in gevolg en oorzaak en de meest ernstige beschadiging gaat uiteindelijk wel de herstelkansen dicteren. Het exacte type kreupelheid is daarom heel relevant! Â
Welke soorten kreupelheden zijn er?
We onderscheiden 3 soorten kreupelheden:
BEENKREUPELHEDEN
Pijn bij het landen of de afzet waardoor het de beweging net iets of heel veel anders gaat maken.
TOPLIJNKREUPELHEDEN
Dan zijn er klachten in de wervelkolom, of bijvoorbeeld het zeer belangrijke SI gewricht. De reden dat dit bij kreupelheid staat is dat het soms  kan lijken of het paard beenkreupel is. Wat je wilt vaststellen, is afwezigheid van combinatie.  Â
ALLE COMBINATIEKREUPELHEDEN
Dan is er bijvoorbeeld pijn in 2 benen of in de hals en een voorbeen of SI-gewricht en een achterbeen enzovoorts. Het ligt simpelweg allemaal dicht bij elkaar.  Omdat de exacte aard van de totale kreupelheid veel invloed heeft op de prognose en natuurlijk zeker ook op de exacte opzet van behandeling en revalidatie, is het voortdurend belangrijk paarden, uiteraard eerst zo goed mogelijk in het juiste vakje plaatsen.
Welke soorten combinatiekreupelheden zijn er?
Combinatiekreupelheid, dat klinkt heel dramatisch. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Soms zijn ze zelfs veel makkelijker op te lossen! Zijn ze er, dan is het belangrijk te weten dat het er is, want het kan de aanpak natuurlijk behoorlijk gaan veranderen. Â
Interactie beenproblemen
Beenkreupelheid doet zich natuurlijk vaak voor in 1 been. Maar bij beenkreupelheden kunnen er zeker ook combinatieproblemen zijn. Dat is ook logisch. Het ene been doet soms een klein beetje pijn, maar paarden bewegen en staan veel dus het andere wordt iets anders neergezet en raakt overbelast. Met goed verscherpt vooronderzoek (met name verdovingen en de sensoren), komt dit probleem wel naar boven.Â
Bij behandeling en revalidatie is het erg belangrijk dat we oorzaak en gevolg dan zoveel mogelijk kennen, het kan zeker tot andere keuzen leiden.  Â
Er zijn dus veel redenen, waarom juist bij vagere problemen, scherp vooronderzoek, praktisch een heel belangrijk onderdeel wordt.Â
Combinaties been en toplijn
Wervelkolomproblemen, SI of schouder klachten kunnen zelfstandig leiden tot verandering in beweging in de beenzetting, wat soms zelfs kan gaan lijken op kreupelheid. De toplijn vormt dan primaire oorzaak van bewegingsveranderingen. Â
Maar ook het omgekeerde komt regelmatig voor. Als het paard bewust de landing dus afzet subtiel gaat veranderen tijdens beweging omdat het pijn ervaart, geeft dat aangepast gebruik van de wervelkolom en spieren. Het paard wil voortdurend actief de landing iets bijsturen en gebruikt de wervelkolom daar voor. Actief en bewust bijsturen is geen normale compensatie, dus geeft veel meer stress in het lichaam. Hoe ver deze interactie kan gaan, wordt heel vaak onderschat.Â
Bij zeer milde pijn in een pees in het achterbeen, gaat het paard meer van het achterbeen en kan het SI gebied soms opeens flink last gaan geven, een zadel dus ruiter gaat sneller scheef enz.Â
Er zijn dus veel wisselwerkingen en het komt bij scherper vooronderzoek bij genoteerde toplijnveranderingen of gedragsproblemen dus zeker ook voor, dat we het centrale probleem in een been gaan vinden.Â
Â
Belangrijk om te onthouden bij palpaties!
Een probleem kan in een gebied duidelijker palpabel/voelbaar zijn, maar de oorzaak van wat afwijkend voelt, kan subtiel aangepaste beweging zijn, als reactie op pijn op een iets andere plaats.Â
Iets voorzichtiger in conclusies willen springen bij niet pratende patiënten, is belangrijk om voor paarden vaker sneller te komen, tot betere volgorden in gerichte behandelplannen.Â
Wanneer kreupelheidexpertise in schakelen?
Het is bij (vermoeden op) kreupelheid of terugkomende toplijnproblemen, al vrij snel beter, een kreupelheidsexpert in te schakelen.
Zo voorkom je conclusies die vaak op onvolledig, veelal voornamelijk op louter visueel of manueel onderzoek of soms een te sterk versimpeld onderzoekje gebaseerd is. In een vroeg stadium hebben we echter vaker nog de hoogste kansen, om een eventueel groeiende schade bij het paard, te gaan beperken. Daarom wil je bij het ontstaan van bewegingsproblemen, bij de keuze voor onderzoek en behandeling, liever logische volgorden aan houden. Zo regelen we dat meer paarden, veel langer gaan genieten van volledigere bewegingsvrijheid.
Sommige leken op paardengebied doen je denken dat welzijn van een paard vooral te maken heeft met veel sociaal contact en groen gras. Maar een incompleet beeld gaan vormen over welzijn, staat werkelijk hoger welzijn tegenwoordig soms zelfs ook in de weg.
Orthopedie paard is een gebied dat zich de afgelopen jaren voortdurend een stapje verder ontwikkelde. Voor paardenartsen vormt het totaal inmiddels een groot aanvullend gebied dat na de algemenere studie diergeneeskunde eigen gemaakt moet worden. Met alle respect voor iedereen, maar daarom denken we dat het bij een onduidelijk kreupel paard, wel belangrijk is eerst een orthopeed in te schakelen, die deze verdiepingslag eigen maakte en hem ook praktisch verantwoord voor je toe wil passen.
Hoe lang duurt een kreupelheidsonderzoek?
Deze vraag wordt op het spreekuur van paardenartsen natuurlijk vaak gesteld. Hoe lang een kreupelheidsonderzoek duurt, is sterk afhankelijk van de situatie van het paard.  Voorop staat dat we graag heel efficient voor eigenaren werken maar daarbij natuurlijk ook het doel niet uit het oog willen gaan verliezen. Â
Hele makkelijke kreupelheidsonderzoeken met zeer duidelijk problemen, duren maximaal een half uur.Â
Bij onduidelijkheden over de plaats van de pijn, zullen wij graag gaan werken met locale verdoving(en). Dat doen we soms zelfs objectief met sensoren, om echt zeker te stellen dat we niet te snel naar conclusies gaan. Een  locale verdoving moet even goed kunnen in trekken, dus dat kost dan iets meer tijd. In dat geval duren  kreupelheidsonderzoeken dan ongeveer een uur. De moeilijkere onderzoeken, waarbij er dan meestal ook meerdere dingen bij het paard tegelijk zijn gaan spelen, duren soms twee uur.
Het zijn natuurlijk de vele mogelijke verschillende paardsituaties, die het exacte verloop van kreupelheidonderzoek, vooraf iets lastiger volledig voorspelbaar kunnen maken.
Is het gebied snel duidelijk?
Er zijn natuurlijk problemen waarbij we direct gaan zien of voelen, in welk gebied er een probleem aan de binnenkant zit.
Denk aan een paard dat bijvoorbeeld een grote dikke hak ontwikkelde na een trap van een ander paard. Grotere verandering in de beenzetting bij bijvoorbeeld forse breuk of bevangenheid, of een spontane nieuwe zwelling op een been na een verkeerde draai.Â
Tijdens bewegingsonderzoek herkennen wij natuurlijk ook vaak heel snel dat paard duidelijk in een been klachten heeft. In al dit soort gevallen weten we dus vrij snel waar we in het been, beelden moeten gaan maken en afhankelijk van hetgeen we daar zien, kunnen we gelijk uitleggen aan de eigenaar wat het beste plan is.
Bij duidelijke afwijkingen, gaan we dus heel snel door alle onderdelen heen. Â
Â
Gebied(en) minder duidelijk?
Het kan ook zo zijn, dat het paard net niet als altijd loopt. Of bijvoorbeeld staakt bij het rijden en er nergens aan de buitenkant iets nieuws te zien of voelen is. Of we voelen of zien wel wat in spieren, maar dit is heel vaak geen oorzaak maar gevolg van iets anders.
Sommige eigenaren willen graag gelijk beeldvorming doen, maar dat is niet altijd het beste plan. Het gaat bij kreupelheidsonderzoek niet om het vinden van alle mogelijke afwijkingen op foto’s en echo of andere apparatuur. Want we weten ook dat een paard op enig moment niet van iedere afwijking actief last hoeft te hebben.Â
Alle mogelijke bandjes op de echo zetten zonder in specifiek gebied te zoeken, is ook ondoenlijk. We zoeken eerst naar het gebied dat pijnsignalen geeft. Of gebieden! Om vervolgens te kijken waarom dat gebied te pijnlijk is geworden. Als we dan schade vinden, is die ook echt relevant. Het probleemgebied of de gebieden zo goed mogelijk gaan bepalen, is enorm belangrijk voor de efficiency en juistheid van conclusies bij verdere beeldvorming. En dus zeker ook voor de juistheid van het exacte plan van behandeling richting een mogelijke revalidatie.
Vooronderzoek voor gedegen onderscheid
Bij “soorten kreupelheden” zal al een beetje duidelijk geworden zijn, Â waarom vooronderzoek bij een niet pratend paard, een heel belangrijk onderdeel kan worden. Maar dit onderdeel in diverse situaties, soms ook overgeslagen kan worden. Een kerngezond paard dat een klap van buitenaf krijgt is natuurlijk makkelijker voor de arts. In veel andere gevallen zal gedegen vooronderzoek het fundament moeten vormen.Â
Niet alleen voor het verkrijgen van efficiency bij beeldvorming maar ook om gerichte revalidatieplannen op te zetten. Voor goede beslissingen over vervolgonderzoek, mogelijke oorzaak en gevolg, maken we zo veel mogelijk totaalbeeld en zoeken we naar klinische relevantie.Â
Welke onderdelen kunnen we in zetten bij vooronderzoek?
Bij enige twijfel of het paard pijnvrij is, hopen we dat u ons zo veel mogelijk informatie geeft en gaan we samen verder kijken naar beweging. We zetten natuurlijk niet standaard alle onderdelen in, want ons doel is efficiency voor de paardeneigenaar. Het paard en de situatie is dus bepalend, welke onderdelen we op enig moment wel en niet in gaan zetten. Â
1. Manueel onderzoek
Als paardenarts leerden we de beweging in het paard veel vollediger manueel onderzoeken. We zijn ook erg ervaren in het voelen, omdat we ook al vele jaren werken als manueel therapeut. Meer informatie hierover lees je op de pagina manueel therapie.
2. Mogelijke locale verdovingenÂ
Voor bewegingsonderzoek door het paard kunnen we als arts het paard laten lopen op rechte lijnen en voltes op harde en zachte bodem, buigproeven en verschillende functietestjes doen. We leerden als paardenarts bij enige twijfel aanvullend op alle mogelijke locale verdovingen te kunnen plaatsen, niet alleen laag in de benen maar op hoger in de benen en zelfs in de toplijn. Die mogelijkheid is heel belangrijk voor ons werk, want als een paard na zo een locale verdoving wel of helemaal niet beter gaan lopen, dan zegt dit zeker iets.Â
3. Sleip of EquiMoves
Om reacties en mogelijke wisselwerkingen objectief en op maximale scherpte te waar te nemen, gebruiken bij beweging en verdovingen al snel ook sensoren. Wij gebruiken uiteraard het heel makkelijk bruikbare Sleip (iPhone). Maar bij mogelijke milde of combinatiekreupelheden gebruiken wij vaker EquiPro (voorheen ook EquiMoves genoemd), dan werken we met sensoren op het paard.  EquiPro sensoren zijn met hun toegevoegde schoftsensor het scherpste totaalsysteem, zien nog meer soorten afwijkingen en neemt verandering per verdoving zeer nauwkeurig waar. We houden zelf erg van klinische relevantie en werken heel graag op een ethisch verantwoorde wijze voor en met paarden. Dus werden automatisch koploper in gebruik van dit systeem. Inmiddels kunnen we echt lezen en schrijven met de data van EquiPro.Â
Meer informatie staat nog op de aparte pagina EquiPro over dit geavanceerde, praktisch slimme systeem.  Â
Het totaal geeft ons veel ervaring met de ideale combinatie voor gedetailleerd, ultrascherp en objectief oog in vooronderzoek.Â
Bij vooronderzoek lijkt het alsof een paardenarts nog niets “doet”. De marge per uur is hier voor paardenartsen ook al iets lager, dan bij veel beeldvorming en behandelingen. Maar dat het een deur naar verder gerichter werken is, is logisch en al lang aangetoond.Â
is klinische relevantie een belangrijk begrip?
Ja zeker, want extra onnodige (be)handelingen zijn niet altijd onbeduidend. Ze maken alles duur en kunnen risico mee nemen, dus daar houden we niet erg van. Groot aandachtspunt is, dat alle mogelijke combinaties bij kreupelheden, in praktijk daadwerkelijk voorkomen.Â
Dus bij paarden heel goed kijken waar de pijn en abnormale beweging vandaan komt. is een belangrijk kern van kreupelheidonderzoek. Â
Met klinische relevatie bedoelen we dan, dat als we een afwijkend beeld zien, we zeker willen weten dat deze de klachten geeft en ze daadwerkelijk genoeg oorzakelijk zijn. Â Â Â
Niet een beeld, maar zeker ook de klacht van het paard kan bepalen of en hoe we het paard zo goed mogelijk gaan behandelen.Â
Voorbeelden van klinisch relevantie bij klachten?
- Een paard kan ergens een los fragmentje op een beeld hebben. Maar daar hoeft het geen last van te hebben.  Zo een paard kan  bij kreupelheid zeker ook een keer last van te dunne zolen hebben! Opereren klinkt gewichtig, maar de zwaarste oplossing is niet altijd gelijk de meest gerichte.Â
- Pijn in het SI gewricht, kan zelfstandig zijn, maar ook komen via lichte, subtiele pijn in een been die een verkeerde draai maakte. Continue subtiel andere plaatsing van een achterbeen, dat geeft pijn in de toplijn. Wat zou jij dan als eerste aangepakt willen zien?Â
- Komt de peesblessure door een verkeerde draai of doordat er schade is door pijn in een ander been. Ook al lijkt de schade dan gelijk, de genezingskans en route naar genezing kan dan anders zijn. Â
- Halsproblemen kunnen zeker hele forse problemen zijn. Maar zijn beelden nog mild dan is het heel belangrijk alle mogelijke andere verkeerde interactie heel goed uit te gaan sluiten. Â
Alle scherpte en diepte bij beeldvorming
Indien gewenst, kunnen we na locatiebepaling van afwijkingen, Â dus verder kijken, binnen het levende paard.Â
Over het algemeen geldt dat voor harde delen als botten en gewrichten, röntgen meer geschikt is.
 Voor zachte weefsels als spieren, pezen, banden en kapsels gebruiken we echografie.Â
We hebben al zeer veel praktische ervaring met het zoeken met apparatuur en scholen ons voortdurend verder bij. We kozen uiteraard voor goede mobiele apparatuur. Echter, op onze praktijklocatie hebben we nog krachtigere röntgen en echo. Bij rug en hals kan extra diepte namelijk nog verschil in diagnoses brengen.Â
Een nog vrije keuze voor eventuele derde lijn
Via onze totale ondergrond in kennis, kunnen wij,  gespecialiseerd uitvoerder in de tweede lijn in het werken op volle scherpte in echo en röntgen, in 95% van de gevallen de oorzaak van de pijn blootleggen en waar mogelijk staand behandelen.
In de zogenaamde derdelijns geneeskunde is er nog zwaardere apparatuur, zoals CT en MRI en liggende chirurgie. Als we vaststellen dat inzet van aanvullende apparatuur of handelingen bij uw paard handiger is, stellen we zulke verdere beeldvorming uiteraard aan u voor. Â
De reden dit soort verder aanvullende onderzoeken uit te laten voeren als blijkt dat dat past bij uitkomsten uit gedegen vooronderzoek, is natuurlijk al duidelijk. We verwachten dan alsnog iets te zien, waarvan dan al is aangetoond dat het gelijk ook klinisch relevant wordt. Door goed vooronderzoek voorkomen we hele dure MRI of CT onderzoeken, waar niets uit gaat komen of iets dat vervolgens in werkelijkheid niet klinisch relevant is, waardoor gerelateerde behandelingen nergens naar toe kunnen leiden.Â
Wij mogen -als ongebonden, nog zelfstandige praktijk- naar alle 3e lijns uitvoerders doorsturen. We hebben goed overzicht, per specifiek gebied, waar voor bepaalde beeldvorming of specifieke operaties de meest kundige universitair specialisten werken. Â
Uiteraard is er dan ook weer altijd bedenktijd voor eigenaren en bepaal je als eigenaar ook hier weer zelf, waar en hoe ver je wilt gaan in het onderzoeken van het paard.Â
Een totaal actieplan voor herstel
Wij gaan, indien zinvol, samen een actieplan maken voor herstel. De verdere keuzen voor behandeling en aanpak bepaal je natuurlijk helemaal zelf, wij geven alleen objectief en neutraal advies. Â
We geven totaaladvies, op niet-medisch en medisch passende behandeling. Uiteraard kunnen we alle mogelijke medische behandelingen bij staande paarden voor je uit voeren, maar ze zullen dan altijd onderdeel zijn van een totale aanpak en gerelateerd aan logica in gedaan onderzoek.Â
Mogelijke medische behandelingen
Medische behandeling zal niet altijd nodig zijn. Indien dat wel handig is, dan adviseren we specifiek wat voor jouw paard handig is. Wellicht kunnen de namen van medische behandelingen soms wat als abacadabra gaan klinken.Â
We behandelen veel soortem kreupele paarden dus hebben uiteraard alle belangrijkste behandelopties in huis!Â
Iedere behandeling staat ook al iets verder uitgelegd in de Kennisbank.Â
Voorbereiding voor kreupelheidsonderzoek?
Voorbereiding van de eigenaar!
Twijfel je of je paard kreupel is? Dan ga je liever even een weekje stappen en wat oefeningen op de grond doen. Â Als het paard al langer problemen heeft, kan het handig zijn, als je alle mogelijk relevante historie even zo duidelijk mogelijk voor ons in tijdsvolgorde zet. Denk aan welke veranderingen samen gingen, wanneer het paard ging reageren, maar ook aan eerdere rapporten van mogelijke behandelaars. Maak filmpjes als het paard anders doet enz, het kan ons namelijk soms echt helpen ! Misschien nog ten overvloede, maar geef het paard nooit pijnstillers, vlak voor een kreupelheidsonderzoek.Â
Onze voorbereidingen?
In praktijk kan ieder aangeboden paard, zo toch net weer iets anders zijn. Wij willen als kreupelheidsarts op alle onderdelen, zo goed als mogelijk presteren.  Wij zijn daarom al in 2004 begonnen, om via aanvullende opleidingen voor artsen, op alle onderdelen van kreupelheidsonderzoek hoog niveau neer te gaan zetten. Dat kan alleen stap voor stap, want het gaat om opbouw van parate kennis die aanwezig blijft en dan kan alleen via ervaring opgebouwd worden en een voldoende breed vizier.Â
Om een beeld van het specialisme te krijgen, volgt hier een kleine opsomming:
1. ISELP EN VET-PD
Voor medisch onderzoek, maximale beeldvorming leren bereiken met echo en röntgen, heeft Hans meerdere cursussen gedaan, waaronder uiteraard alle modules van Iselp. Iselp staat voor International Society of Equine Locomotor Pathology. Dit is een extra opleiding tot paardenorthopeed van 8 modules, waar een arts enige jaren mee bezig is. Hans begon al heel snel met deze fantastische opleiding. Om snel te werken moeten we alle anatomie en afwijkingen die praktisch relevant zijn, via werkervaring daadwerkelijk een plek in het dagelijks geheugen gaan verankeren. We zorgen dat kennis niet even in dagelijks gebruik goed paraat is, maar ook blijft! Iselp modules gaan ook niet alleen over alle mogelijke beenproblemen, maar zeker ook over pure toplijnproblemen bij paarden. Maar Hans volgt ook nog heel graag andere gerichte cursussen van andere experts, om weer vanuit verschillende hoeken die de wereld nu eenmaal heeft, nog verder te leren. Die invalshoeken hebben namelijk ook weer nut. Â
Er zijn in de loop der jaren op deelgebieden (zoals bijvoorbeeld pezen, SI-gewricht, hals enz.) steeds effectievere behandelmethoden gekomen voor nauwkeurig inspuiten onder echobegeleiding. Deze behandelingen voeren we uiteraard ook allemaal uit. Ook hier werken we graag zo netjes en secuur als mogelijk.Â
We gebruiken graag bij de situatie passende rontgenapparatuur en houden van geavanceerde echo-apparatuur. Hans kan niet alleen “een echo” of “een foto” maken, maar timmert graag aan de weg, echt het maximale uit de apparatuur te kunnen halen.Â
Inmiddels leerden Leonie en Maureen al heel veel van Hans en ook zij gaan volgen allerlei webinars en stap voor stap door Iselp lopen. Dat is natuurlijk heel erg leuk, het onderwerp “leeft” vanuit alle mogelijke verschillende hoeken en we staren ons nergens blind op 1 mening of probleem.  Â
Â
2. EGAS, EQUIMOVES, SLEIP
Zodra het superpraktische Equimoves (sensorenonderzoek met schoftsensor) beschikbaar kwam, lag het bij ons op kantoor. Niet al het nieuwste is goed, maar dit ging alleen maar steeds beter werken en heet nu EquiPro en het geeft soms echt een Pre. Buiten onze praktijklocatie gebruiken we vaker Schleip, zeker bij eenvoudigere kreupelheden. Hans heeft uiteraard ook gelijk EGAS afgerond, zodra dit er was. Dat is een  nieuwere opleiding en netwerk voor paardenartsen. Wij vinden dit een zeer belangrijke ontwikkeling want wie het daadwerkelijk zo gaat doen, zet in vooronderzoek veel scherpte en objectiviteit neer. En het vooronderzoek is nu eenmaal het fundament: voor nuttige beeldvorming, behandeling en revalidatie-inspanningen. Want een eigenaar moet uiteindelijk ook beslissen of alle revalidatiekansen ingevuld gaan worden.Â
Vooronderzoek levert minder op, dan sneller en meer plaatjes maken en behandelen, maar we onthouden graag de bredere doelstelling van kreupelheidonderzoek voor je.
Bij niet pratende patiënten, zal de beweging het woord moeten hebben en steeds meer wetenschappers zullen beamen, dat geavanceerde technologie bij vooronderzoek vaker helemaal geen luxe meer is, maar in juiste handen en totale omgeving, een belangrijk stuk completering wordt, dat daadwerk tot praktisch scherpere diagnoses kan leiden.
Â
3. OSTEOPATHIE / CHIROPRACTIE
Goed manueel onderzoek kunnen doen, is ook een belangrijk onderdeel.  Hans werd al gecertificeerd EDO-osteopaat in de tijd dat paardenartsen manuele therapie, vaak nog alternatieve lariekoek vonden. Deze tijd is inmiddels ook wel voorbij!  Osteopathie voor paarden werd zelfs heel normaal, omdat het zich in praktijk ruimschoots bewezen heeft. Osteopathie is een zeer ruime manuele behandeltherapie. Hans heeft al erg veel verschillende paarden behandeld, als arts leerde hij zo goed te leren “voelen” en te manueel te helpen. We leggen op de pagina over manuele therapie verder uit, wat het is. Omdat Leonie chiropractie doet, hebben we die kennis nu ook in huis.Â
Orthopedie en chiropractie in praktijk echt zo goed mogelijk willen uitvoeren, vraagt volgens ons om grootste passie, voor het vinden van waarheden.
Lokaal op goed niveau samenwerken!
Naast therapie en/of een eventueel revalidatietraject zijn soms aanvullende maatregelen nodig ter verbetering van de belasting, te denken valt aan bijvoorbeeld specifiek beslag of frequenter of net iets anders hoefonderhoud. We leerden uiteraard ook veel over hoefverzorging en eventueel speciaal beslag bij problemen. Wij hebben gelukkig in onze regio, over het algemeen goede en bevlogen smeden en bekappers die hun mooie vak verstaan. Je hoeft wat ons betreft bij een blessure dus zeker niet altijd gelijk op een ijzer of daarom naar een andere smid. Sommige hoefverzorgers weten niet veel over speciaal beslag, dan kan het soms natuurlijk wel handig zijn, tijdelijk iets anders te gaan regelen. Door dat wij in onze aanvullende opleiding ook plaats maakten voor omliggende onderdelen zoals manuele therapie en zadelpassen en zelf ook paarden trainen, kunnen we heel goed met andere manueel therapeuten of zadelpassers, inhoudelijk op niveau overleggen. Waarbij we zeker niet alle werkzaamheden over willen nemen, want we hebben weinig luie dagen.
Aan goede instructeurs, die al heel goed begrijpen dat een onderkaak van het paard er niet is om in vet valse knik naar de borst te forceren of veel te laag of veel te hol te laten gaan, is in onze regio gelukkig, ook geen gebrek.
In onze regio zijn er genoeg goede uitvoerders aanwezig en dat is voor iedereen die daar voor wil kiezen, heel fijn!
Kan ik bij jullie ook voor een second opinion terecht?
We geven uiteraard ook second opinions. In het algemeen geldt dan, dat de laatste onderzoekend dierenarts het meestal veel makkelijker heeft, als de eerste. De kreupelheid of het probleem kan inmiddels net iets duidelijker geworden zijn. Vaak zijn er dan ook andere dingen al goed uitgesloten, waardoor het verdere onderzoek veel sneller kan worden.Â
In werkelijkheid noemen we de second opinion dan ook liever een opvolgende opinie.Â
Op die manier gaan collega’s ook automatisch, al gelijk wat prettiger met elkaar om.Â
Is het paard ook al ergens anders onderzocht en zijn er bijvoorbeeld oude beelden, dan kunnen wij die gegevens helaas niet voor je opvragen. De kan alleen degene die destijds opdracht voor onderzoek gegeven heeft. Gegevens worden wel 10 jaar bewaard en zijn altijd eigendom van de opdrachtgever van dat onderzoek. Is dit van toepassing, dan kun je de gegevens wel op vragen en naar ons laten sturen.
Nog vragen ?
We hopen dat via deze pagina het duidelijker geworden is, waarom een kreupelheid en onderzoek per paardsituatie, echt heel verschillend kan zijn.  Â
Voor spoed altijd:
- 06 - 5537 00 00
Indien geen spoed: