Vaccinatie rhino

Kennisbank artikel

Het afzwakken van de infectiedruk bij rhino

Wat is rhino?

Rhino komt voor in varianten: 

EHV4 betreft een milde verkoudheidsvorm

EHV1 betreft ook abortus en neurologische complicaties

Varianten in het rhino virus

De meest voorkomende variant van rhino is de relatief onschuldige verkoudheidsvorm, deze komt vooral bij jonge paarden regelmatig voor. Bij deze variant zien we dan gemiddeld binnen 5-12 dagen we symptomen zoals hoesten, koorts, een snotneus en/of dikke benen. Meestal blijft het bij een mild verlopende infectie. Soms komt hier bronchitis bij, gaat de infectie in het oog zitten (witte vlekken) of wordt het overactief in de keel. Deze complicaties vragen om adequate behandeling.

Ten tweede kennen we de abortusvorm waarbij drachtige merries hun veulen verliezen.

Ten derde is er de neurologische vorm waarbij het virus het ruggenmerg gaat aantasten. Deze begint met koort maar kan snel omslaan, Symptomen van de neurologische vorm zijn meestal een slappere staart en ataxie (het lijkt dan of het paard dronken is). De verlammingsverschijnselen kunnen tot blijvende schade leiden. Bij uitbraak van de neurologische variant is het traject geheel onvoorspelbaar.

Bij de eerste variant kan de conditie teruglopen, bij laatste twee varianten is er dus sprake van direct verlies van paarden. De laatste vormen, zijn natuurlijk de reden dat er veel over vaccinatie gesproken wordt, zeker als er een uitbraak gaande is. Echter bij paarden die veel last hebben van een terugkerende verkoudheid, kan deze enting soms zeker ook goede toegevoegde waarde hebben.

Hoe vindt verspreiding van rhino plaats?

Rhino is overal aanwezig want paarden kunnen drager zijn en we kunnen deze dragers niet behandelen.

Vaccinatie is niet verplicht gesteld, omdat men de verspreidingsdruk tussen stallen daarvoor niet groot genoeg vindt. Het is gelukkig geen ver vliegend influenzavirus, de  verspreiding van rhino gaat over enkele meters en kan via indirect contact (kleding enz). Maar in de praktijk komt het vooral ook vaak door direct contact tussen paardenneuzen.  

Het rhinovirus kan overleven in nattigheid, droog overleeft het nog geen dag.

Uitbraken wisselen door al deze factoren, van klein naar behoorlijk groot.

Het beschermingseffect van vaccinatie rhino

Vaccinatie tegen rhino is niet verplicht maar een individuele beslissing. Om het effect van vaccinatie wat beter te begrijpen, wil je onderscheid maken in individueel ziek worden en infectiedruk op een stal. Een gevaccineerd paard kan nog steeds ziek worden, via dragerschap (heractivatie van het virus) of besmetting via een ander paard. Er bestaat helaas geen volledig waterdicht, beschermend effect. Wel is het paard dat goed gevaccineerd is, relatief minder snel ziek, vaak minder ernstig en het paard is veel minder lang besmettelijk. De weken van besmettelijkheid, valt zelfs terug naar enkele dagen. Dus dat kan bij uitbraak hele grote verschillen geven.   

De rol van infectiedruk beheersing en natuurlijk ook de mogelijkheid van snelle quarantainemaatregelen op een stal (liever een keer te snel dan te langzaam) wordt soms klein ingeschat, maar kan natuurlijk ook hele grote verschillen geven. Hoe lager en korter de infectiedruk bij een uitbraak blijft, hoe eerder de ziekte de stal weer uit is. De sterkte en duur van de infectiedruk is op het moment van uitbraak geen nuance meer, want bij rhino, neemt iedere nieuwe infectie opnieuw veel spanning mee.   

Het spreekt voor zich, dat bij vaccinatie ook andere maatregelen belangrijk kunnen zijn. Denk aan ventilatie, groepjes zonder direct contact, aandacht voor beperking van indirect contact, jonge paarden en drachtige merries apart enz. Alles dat opvlammend virus kan stoppen, is een maatregel. 

Meer informatie over virus rhino

Wat doet het virus exact? Lees ook de uitgebreide pagina over de ziekte rhino, want vaccinatie is bij voorkeur onderdeel van meer maatregelen die getroffen kunnen worden ? 

 Op deze pagina krijg je een nog vollediger beeld over het rhinovirus.

Deze pagina gaat verder met de informatie over de vaccinatie tegen het virus.

Frequentie vaccinatie rhino

De basisvaccinatie is 2 prikjes, met 4-6 weken tussentijd.

Hierna moet de vaccinatie elke 6 maanden herhaald worden.

Drachtige merries moeten op 5, 7 en 9 maanden van de dracht gevaccineerd worden.

Een veulentje kan vanaf 5 maanden gevaccineerd worden (niet eerder).

Stuur dit artikel door aan een stalgenoot

WhatsApp
Email
MEDISCHE KENNISBANK
Jouw kennisbank met informatie
Contact ?

Bij spoed: niet mailen of appen maar liever persoonlijk contact.

Indien geen spoed:

Spoed?

Géén APP/ SMS (doorgeschakeld)

Spoed?

Géén APP/ SMS (doorgeschakeld)